free hit counter

Berichten met de tag ‘dood’

Video: eenzame uitvaarten in Den Haag

Midden juni zond Kruispunt een item over gemeentelijke begrafenissen uit. Deels gaat dit over een eenzame uitvaart, waarvoor ik het gedicht mocht verzorgen. Het item begint na ongeveer 08:25 minuten uitzending.

Geen (werkende) video? Blame it on the virtual boogie en klik hier.


kamer met raam


Flarfstrip: look to your orb for the warning

En het gedicht uit Flarf:

dit belooft een opzienbarende gebeurtenis te worden:
the Tzol’kin will be Resonant Blue Hand with a Kin of 7
en Robbie lokt aliens met het oog van Horus in zijn nek.

mijn vraag aan jou is of dit toeval en of gevoel gevoel
of iets anders is, maar dat gebeurt me niet zo vaak.
het is gewoon een schitterende gedachte die ik denk

in 3d, 4d of veel meer; een 3d-oogpunt is vernauwend
en – ik reflecteer dit in mijn eigen licht – er zijn 63+1
dimensies, dus waar komen die Annunaki vandaan?

we spreken in schemering over het door kunst gewonde
oppervlak van de aarde, de verslaving aan mals gras,
als Mark zegt dat Tim zich niet schuldig moet voelen

over Mark’s dood. Sylphs gaan deze manipulaties tegen
door chemtrails in zich op te nemen en te transformeren,
maar gek genoeg moet ik steeds huilen om zo’n bericht.


Ana (flarffeuilleton, deel 4)


some b’s are meant to bumble

for p.t.

it’s not like you have much say in the matter:
when the sun rises, it rises, when it sets,
it sets. the scene may include an ocean

bed aflame with longing or the stark white
linen of death – and you, longing, neither for
nor against an ending, but longing
just the same.

and if it takes this long, it takes a lot
to wait. but you can’t really say that,
can you. and either way: it never ends.

just like some b’s are meant to bumble,
some t’s have to be crossed. you bear those,
sleeping lightly, just to make sure
t won’t be lost.


Eenzame uitvaart nummer 21

Den Haag, Nieuw Eik en Duinen, 18 november 2009
I.M. Huib Jansen op de Tak, geboren op 25 januari 1947 en overleden op 10 november 2009
Dichter van dienst: Erwin Vogelezang

Dat er 50 manieren zijn om je geliefde te verlaten, is al sinds het midden van de jaren ’70 bekend. Vanaf vandaag weet ik dat er ook minimaal 51 manieren zijn om te sterven. Huib koos op zijn 62e voor de 51e manier. En zette met vaste tekenaarshand drie ferme strepen onder zijn bestaan. Wat rest zijn de geijkte vragen die ik, tegen beter weten in, toch stel aan de volumineuzige neef én kunstbroeder (“Hij stond eens in de tien jaar plotseling voor de deur en als hij weer was vertrokken, had ik eigenlijk geen idee waar het gesprek over ging”), de buurvrouw met de woonboot die Huib nog steeds zou kopen (“Soms schoot ik wel eens weg als ik hem aan zag komen lopen – als hij eenmaal op zijn praatstoel zat, kwam je bijna niet meer van hem af. Maar het was een hele vriendelijke man”) en de dame van de Soos (“Ik had met hem te doen. Hij had het over zijn overleden moeder alsof het gisteren was gebeurd”).

Maar het antwoord op de vragen waarom nu en waarom op deze manier? Ik vind ze niet. Ook niet in de brief die in zijn dossier is blijven steken, want hoewel letterlijk aan zijn ouders gericht, is de toon verraderlijk afstandelijk. Vader speelde piano, moeder bakte appeltaart, Huib blijft ongrijpbaar. En zijn tekeningen? Die heeft geen enkele aanwezige ooit gezien. Toch kan daar nog verandering in komen: het televisieprogramma Kruispunt, vandaag vertegenwoordigd door een cameraman, zal aandacht aan Huib’s dood besteden en aanwezig zijn bij het ontruimen van de woning. Een behoorlijke opgave, want zijn almaar uitdijende collectie watalnietenzusenzo (“Er hing al jaren een eenzame kerstbal in het raamkozijn”) was zo ver opgerukt, dat Huib slechts een leef- en sterfruimte restte van enkele vierkante meters.

Of het iets te maken heeft met de media-aandacht weet ik niet, maar dit is mijn eerste Eenzame Uitvaart waarbij de uitvaartleider het woord tot de aanwezigen richt. Hij zegt iets over stof. Maar dat vindt pas later plaats, als de kist met Huib afdaalt in het door hem enkele maanden geleden gereserveerde familiegraf (Vader, Moeder, Broer) en de herfstwind heerst. Eerst luisteren we binnen naar ‘The Proposition #1′ (Nick Cave & Warren Ellis), ‘Do not go gentle into that good night’ (Dylan Thomas, uitvoering van John Cale) en ‘Het Dorp’ (Wim Sonneveld), waar Huib in zijn brief aan refereerde. Tijdens de, ook documentair noodzakelijke, nazit-met-koffie krijg ik van de dochter van de buurvouw met de woonboot, toch nog een onverwacht inkijkje in de denkwijze van de overledene. Hij noemde haar altijd ‘de indiaan’. Zij heeft nooit goed begrepen waarom. Maar wie straks de documentaire bekijkt, ziet het direct: ook Zilverslang bewijst Huib vandaag de laatste eer. “Omdat ik vind dat het zo hoort,” zegt ze. Iedereen knikt.

appeltaartpiano

ik ben hier om de huid van een bestaan
om u te vouwen, omdat u zo moest waken,
omdat Vader dat voor Moeder vroeg.

ik ben hier omdat Broer er niet is,
omdat sterven mensenwerk, omdat was
steeds gedaan en vochtvoeten gezalfd.

ik ben hier omdat u kordate lijnen trok
om chaos buiten, herinnering binnen –
en om u in het midden, thuiskomend.

ik ben hier om wat u open hield te vullen
met uzelf, omdat u er drie harde strepen
onder zette, om Broer, piano, appeltaart.


Los zijn wij niet verkrijgbaar (Ton van ‘t Hof)

Things don’t change fast enough
&minus Bruce Andrews

Los zijn wij niet verkrijgbaar
behalve dan in religieuze kringen: dat we dood gaan
dat had je gedacht
want je wilt ongewenste dingen graag veranderen
en dus focus je je daar dan op

verwerpt het gewoon
dat het een vorm van indekken is
zoals het stilstaan
bij haar eerste paar borsten

de synthetische creatie als splijtzwam
van primitieve Afrikaanse kunst, niet minder
dan zeven leden overleden
omdat ze verlegen zaten om een praatje
maar er kwam geen stoel extra bij, kapelaan

dat onze God die afdaalt uit de hemel
met behulp van 2 mm balsa
de ophaalbrug moge inzetten tegen het risicodenken
over die materie waar, erewoord
geen twijfel over kan bestaan

Zo wil de legende
dat hij in 1641 naar een dame aan de overzijde riep
dat zijn penis, een vernuftig dingetje in het licht
van de eeuwigheid, als de drank
zou zijn uitgewerkt, over het koude zwarte water heen
naar haar ganse kosmos zou komen reiken

en dat ook deed
Dit is zo fantastisch aan Frankrijk

La Grande Bouffe

De omringende wereld verdwijnt niet
maar treedt tegemoet in een er-de-weg-niet-meer-in-weten

naar het vliegveld van Tasjkent
die dag dat jij ging
dat de wind maar altijd in je rug blijft blazen

alles waar ik van houd
maar de logica verbiedt het

dat wat voorbij en afgesloten lijkt
zoals een gedicht doet
of de man, wiens vrouw al vijftien jaar in coma ligt
en die zich beide oren tijdens een vakantie af laat snijden
maar wat is het alternatief?

Yo, waar de fuck ben ik?


de dood van de poëzie (Willem Bongers)

Hoort u hoe die enorme kinderen gillen en gillen
als ze de eeuwigheid binnentreden?

Commercieel blijkt het een tekenfilm,
de taal die, echter altijd ontdaan van zijn belang,
gelogenstraft door nieuwe eigen dynamiek,

Of nog anders uitgedrukt:
de taal ontzenuwd, van haar betekenis ontdaan
men geeft en geeft en wordt niet eens meer weerlegd,

maar steeds weer blijken deze te kunnen worden gereanimeerd
er is immers niets zo stereotiep als de Grote Thema’s, en het spreken

Of nog anders uitgedrukt:
op één van de Neruda-posters in de winkel staat een vrolijke tekening
van de nieuwe situatie:

de leugen van een dynamica die nooit meer wordt weerlegd


ContraExpertise 1

In reactie op deze post op de Contrabas

Het eerste gedicht: ‘aanloop’ van David Troch.

aanloop

het begon met letters voor je naam
toen vis en pijp en rookte grootva
zich dood. het was fris bij zijn

begrafenis. oude mensen bewogen
in schokjes het hoofd, oma kneedde
haar neus in iets rood. hier leg ik mijn

Of Troch inderdaad met l[aat]avondtaal debuteerde, weet ik niet, maar dit is volgens mij een schoolvoorbeeld van een gedicht van een debutant. De eigen jeugd, het overlijden van een familielid; het zijn typisch thema’s die je in eerste romans of debuutbundels tegenkomt. Thema’s ook die – hoewel voor vrijwel iedereen herkenbaar – al zo vaak (en zo goed) zijn behandeld, dat het lastig is om nog een originele invalshoek te vinden.

Troch is daar wat mij betreft niet in geslaagd, want het gedicht mist emotionele diepgang. Geen van de karakters komt bijvoorbeeld tot leven: van grootva weten we niet meer dan dat hij (te veel) pijp rookte en oma gebruikt een rode zakdoek om haar verdriet in op te vangen. Het is natuurlijk lastig om in een dergelijk kort gedicht mensen van vlees en bloed neer te zetten en ik vraag me dan ook af of het niet slimmer was geweest om dit miniatuurtje later in de bundel aan bod te laten komen. Misschien dat de andere gedichten, die ik niet heb gelezen, voldoende framework zouden hebben opgeleverd om ‘aanloop’ te kunnen waarderen. In deze ‘stand alone’ vorm word ik er in ieder geval niet door geraakt. Hoewel de eerste strofe een aardige lijnafbreking kent (grootva / zich dood) is de overgang tussen de eerste en tweede strofe al een herhaling van zetten. En dat binnen zo’n kort gedicht.

Niet onaardig zijn de kinderlijke taal en observaties – vooral het ‘in schokjes bewegen’ van de hoofden. Zo kan verdriet er inderdaad uitzien, weet ik als begrafenisveteraan; bijna alsof je naar kabbelend water kijkt. Of een kind een dame die haar neus snuit inderdaad ziet als iemand die ‘haar neus kneedt’ betwijfel ik. Volgens mij is het snuiten van de neus zo’n alledaagse gebeurtenis (ik zie moeders regelmatig achter hun kroost aanrennen om langgerekte snotslierten te verwijderen voordat die de designtruitjes bezoedelen) dat je mag aannemen dat een kind dat al kan lezen, weet wat er plaatsvindt. Jammer.

En dan het slot. Tsja. Hoewel ik de associatie met ‘zakdoekje leggen’ in eerste instantie miste (het was geen populair lied tijdens mijn schooltijd) begrijp ik ook nu nog niet precies waarom het gedicht hier wordt afgebroken. Of je de zin nu wel of niet aanvult; echt veel voegt het in mijn beleving niet toe. Misschien denkt het kind door het zien van de oma aan het liedje. En misschien wil Troch hiermee aangeven dat ‘de grote boze dood’ nog weinig betekenis voor de jonge hoofdpersoon heeft. Maar wereldschokkend is ook die (mogelijke) betekenislaag volgens mij niet. Ik kan me uiteindelijk niet aan de indruk onttrekken dat de beschreven gebeurtenis voor Troch grote emotionele waarde heeft. Maar deze lezer kan daar niet in meegaan; daarvoor mist het gedicht taalkundig ‘pizazz’, zijn de karakters te bordkartonnerig en ontbreekt dat moment van plotselinge verbazing dat goede gedichten vaak kenmerkt.


6 (Mark van der Schaaf)

Van de plas is een vis gevonden
met aan de ene kant een tekening met het woord.
Het doet me denken aan een Chinees gezegde:
„Breng de vis niet naar Mohammed
naar een dieper gevoel in jezelf”

want liefde is een tekening van een paarse reus
zonder armen met maar één oog, een subversieve
strategie ten opzichte van degene die vindt
haar vermoorde dochtertje

niet in metrum en rijm, maar op het oog
ziet ze wat verfsporen en stickers, dan is
datgene wat je weglaat vaak belangrijker
dan wat je toont.