Categorie “Betere dichters”

Even geen zin in reacties

Het oude Las Vegas WILLEM KLOOS. (Jeroen van Rooij)

Even geen zin in reacties

Los zijn wij niet verkrijgbaar (Ton van ’t Hof)

Things don’t change fast enough
– Bruce Andrews

Los zijn wij niet verkrijgbaar
behalve dan in religieuze kringen: dat we dood gaan
dat had je gedacht
want je wilt ongewenste dingen graag veranderen
en dus focus je je daar dan op

verwerpt het gewoon
dat het een vorm van indekken is
zoals het stilstaan
bij haar eerste paar borsten

de synthetische creatie als splijtzwam
van primitieve Afrikaanse kunst, niet minder
dan zeven leden overleden
omdat ze verlegen zaten om een praatje
maar er kwam geen stoel extra bij, kapelaan

dat onze God die afdaalt uit de hemel
met behulp van 2 mm balsa
de ophaalbrug moge inzetten tegen het risicodenken
over die materie waar, erewoord
geen twijfel over kan bestaan

Zo wil de legende
dat hij in 1641 naar een dame aan de overzijde riep
dat zijn penis, een vernuftig dingetje in het licht
van de eeuwigheid, als de drank
zou zijn uitgewerkt, over het koude zwarte water heen
naar haar ganse kosmos zou komen reiken

en dat ook deed
Dit is zo fantastisch aan Frankrijk

La Grande Bouffe

De omringende wereld verdwijnt niet
maar treedt tegemoet in een er-de-weg-niet-meer-in-weten

naar het vliegveld van Tasjkent
die dag dat jij ging
dat de wind maar altijd in je rug blijft blazen

alles waar ik van houd
maar de logica verbiedt het

dat wat voorbij en afgesloten lijkt
zoals een gedicht doet
of de man, wiens vrouw al vijftien jaar in coma ligt
en die zich beide oren tijdens een vakantie af laat snijden
maar wat is het alternatief?

Yo, waar de fuck ben ik?

Even geen zin in reacties

de dood van de poëzie (Willem Bongers)

Hoort u hoe die enorme kinderen gillen en gillen
als ze de eeuwigheid binnentreden?

Commercieel blijkt het een tekenfilm,
de taal die, echter altijd ontdaan van zijn belang,
gelogenstraft door nieuwe eigen dynamiek,

Of nog anders uitgedrukt:
de taal ontzenuwd, van haar betekenis ontdaan
men geeft en geeft en wordt niet eens meer weerlegd,

maar steeds weer blijken deze te kunnen worden gereanimeerd
er is immers niets zo stereotiep als de Grote Thema’s, en het spreken

Of nog anders uitgedrukt:
op één van de Neruda-posters in de winkel staat een vrolijke tekening
van de nieuwe situatie:

de leugen van een dynamica die nooit meer wordt weerlegd

Even geen zin in reacties

Algebra for the Nonlinear Mind (Ralph Catino, USA)

x equals nonlinear equation. one yard
equals one year. why equals a bullet. dreams
are many yards gone. 16 equals son
equals gun. mom equals m
who knew the gun would save.
the ex of m equals nonlinear
equation.

x suffers meme [drilled] from corps.
16 loaded prime if variable x
threatens m. friday morning
fish fry on the front lawn.

the sun spoke big and birds
sang as they do. divorce equals two yards ago.
one yard equals one year. birds sang pretty

as the sun spoke big. why equals a bullet. a quarter inch
later x bursts a knife in the kitchen. m can’t escape
the back yards. 16 [otherwise a quiet kid with
finger] pulls the prime switch.

x jumps the truck with why in his stomach.
drives 100 miles to kansas city
just to lie.

police kitchen the knife. dreams
are many yards gone. m equals
knowing x to continue final yard.

police summarize nonlinear equation. conclude weekly
council in elementary math. divided by
16 not arrested.

half inch later. orthopedist on the i-phone.
x nonlinear home from hospital. root of meme
an inch away.

5 feet 11-inches later. police find m 16 on the floor.
conclude nonlinear equation. one yard
equals one year. why equals
a bullet. dreams are

many miles gone.
x equals why in the mind of all. birds
sang pretty. the sun spoke big.

Even geen zin in reacties

6 (Mark van der Schaaf)

Van de plas is een vis gevonden
met aan de ene kant een tekening met het woord.
Het doet me denken aan een Chinees gezegde:
„Breng de vis niet naar Mohammed
naar een dieper gevoel in jezelf”

want liefde is een tekening van een paarse reus
zonder armen met maar één oog, een subversieve
strategie ten opzichte van degene die vindt
haar vermoorde dochtertje

niet in metrum en rijm, maar op het oog
ziet ze wat verfsporen en stickers, dan is
datgene wat je weglaat vaak belangrijker
dan wat je toont.

Even geen zin in reacties

Als je binnenzak (Arne Schoenvuur)

Wat hoop je te vinden? Wat hoop je nog uit te kunnen spreken?
En wat doet het ertoe?

Je blijft het proberen. Beweegt je vingers
voorzichtig als in vijverwater
tussen de algen

en dan plotseling toch venijnig graaien.
Zonder resultaat.

Woedend trek je de voering van je zakken naar buiten. De wereld
mag het hebben. Alsof je water in een glas straft door het in zee te gieten.

Je wil roepen tegen een voorbijganger
dat jij alleen weet wanneer het licht op groen springt, maar je beseft
je weet niet wat het betekent.

Allemaal excuses,
allemaal excuses om niet uitgesproken te zijn.

Hoe klinkt dat, uitgesproken zijn?
Hetzelfde als verzwegen, maar dan anders.
Anders is gemakkelijk. Hetzelfde ook.

Enkel de kruimels spreken je tegen.

Even voel jij je weer een held nu je denkt
dat iemand er wel zijn weg in zal vinden. Noem het kunst
dat brengt de meeste dingen wel thuis.

Even geen zin in reacties

jasmijn (Roop)

ze wijst de oorlog af
en het vergaan geeft haar te denken
omdat het aan de wortels rot

zij wil zijn waar wortels
aan de lucht staan en de stam
de basis is

geroosterde piranhas
op een vuur
van eenmiljoenste voetbalveld
en taal die niets
verlangt dan vis

ze gooit haar jas
in zeven richtingen
voordat zij op haar rug
de hemel vindt

negentien en altijd stoned
ook als ze dat niet is

Even geen zin in reacties

huishouden (Xavier Roelens)

we spreken de stoel af, het venster,
daarbuiten de put. hier het laken
en daaronder het naakte slopende meisje

midden de muur hangt ingekaderd
het toeziend oog; de camera’s doen hun werk

en zonder hieraan afbreuk: een stoel wordt
geen stoel, houdt huis. zo ook het raamkozijn,
het tekort van de put. het haar dat haar bewaakt

de slaap sloopt niet meer droomt onafgesproken.
het venster graaft zich in het uitzicht in – eerlijk en nietig

Even geen zin in reacties

Een kleine vertelling (Geveejes)

Ik?

Ik heb kanker.
Ik lig hier al weken.
En ik word goed verzorgd.
Door vrouwen.

Vrouwen die ik zonder nooit zou hebben leren kennen.
Vrouwen gekleed in het wit.
Als bruidjes.
Verzorgend, bezorgd, maar ook doortastend.

Ik koester mijn kanker.
Ik lig hier goed.
Ik word volledig gecompenseerd.

Regelmatig wordt het in mijn buik betast.
Zachte handen.
Waarbij een stem.
‘Doet het pijn?’
Alsof er gevraagd wordt: ‘Nog een keer?’

Nee, er is niks mis mee.
Met een beetje kanker hebben zo op het laatst.
Dat zei m’n buurman ook.
Gisteren.
Vanmorgen mocht hij naar huis.

Ik heb geen vrouw.
Hij wilde eigenlijk ook niet.
Mijn buurman.
“Zuurtaart” dat zei hij.
Nu is hij weg.
Vrouwledig ondergedompeld.

Mijn piemel lange tijd al niet meer gezien.
Of aangeraakt.
Een berg ligt er voor.
Een berg van pijn zeg maar.
Alleen nog om te worden gewassen ligt ie daar.
Die piemel.
Door de witbruidjes.

Plassen doe ik uit mijn linkerheup tegenwoordig.
Tenminste in zoverre ik dat kan inschatten.
Regelmatig wordt daar wat gerommeld.
Door de zachte handen.
Aan mijn darmblaasje, van plastic.

Vanmiddag krijg ik nieuw gezelschap.
Zo is me beloofd.
Met hetzelfde.
Kunnen we het erover hebben.
Zo glimlachte het uit het wit.
Een meetlint zou dan wel handig zijn.
Zo dacht ik nog.
Dan kunnen we meten.
Meten wie de grootste heeft.
Ik vertrouw erop dat mijn berg het zal winnen.

Ik lig pal voor het raam.
Mocht opschuiven.
Nadat mijn voor vorige buurman plots weg was.
s’ Nachts.
En terwijl ik sliep.

Zomer, behoorlijk zomer daarbuiten.
Bruin steekt binnen af tegen wit.
Mijn onthaarde huid zou ook wel wat…
Later, later.
Eerst de nieuwe aanbieding doorwerken.
Het nieuwste van nieuwste.
Zo zei de specialist.
En of ik dat wel wilde.
Natuurlijk wilde ik dat.
De vorige had ik toch ook gedaan.

De witmeisjes waren vanaf het begin lieftallig.
Als ik het vroeg hielden ze me een spiegel voor.
Nu weet ik het wel.
Alleen mijn schaamhaar…
Maar ik durfde er niet naar vragen.

Dat ik niet meer lekker kan eten.
Dat is wel jammer.
Met veel glimlach op wit zetten ze het voor me neer.
Maar de berg protesteerde direct met pijn.
Werd ik door een van mijn vrouwen gevoerd.

Via een sonde krijg ik nu bijvoeding.
Wel grappig, voedsel van plastic naar plastic.
Ik daar nog even tussen.
Als een oorzakelijk verband.

Gek eigenlijk.
Nooit zo gehouden van bloemen.
Er nooit op gelet ook.
Maar nu hier.
Voor het raam liggend.
Zou ik ze willen plukken.
Hun geur van horen zeggen willen opsnuiven.

Deze nieuwe zegt niet veel.
Gisteren binnengebracht.
Door zijn vrouw.
De geschiedenis zal zich toch niet herhalen.
Veel stilte.
Maar de woorden zullen wel komen.

Dat ik het hier naar mijn zin heb.
Dat is wel lekker.
Alleen ik slaap zo veel.
Soms word ik wakker zonder benul.
Moet ik alles in het plafond nagaan.
En dan nog met moeite.

Het bed van mijn jeugd.
Daar word ik de laatste tijd vaak op wakker.
Mijn moeder die aan m’n schouders schudt.
‘Wakker worden wakker worden’.
‘Tijd voor uw medicijnen’.

En dan weet ik het weer.

Die nieuwe zegt wel bijzonder weinig.
Hij zal toch wel kunnen praten.
Hé, probeer ik, hé.
Geen reactie.
Meewarig ligt hij me aan te kijken.
Doofstom, vast doofstom.
Ik hoop dat ie gauw met z’n vrouw mee naar huis mag.
Dit is toch geen leven zo.

Liever, ze worden liever en liever.
Mijn vrouwen.
Wel praten ze almaar harder.
Mijn buurman is doof hoor.
Mompel ik dan.
Maar ze schijnen het niet te verstaan.
Wat zegt u, gillen ze bijna.
Alsof ze het tegen de buurman moeten hebben.

Slaap, verdorie wat een slaap.
Concentreren, wakker blijven.

Zei die buurman nu maar eens wat.
Of mijn vader, tegen mijn moeder.

Die stilte hier.

Door een plastic slangetje stroomt het.
Net een navelstreng.

Toe pap, zeg nu eens wat tegen haar.
Het liefst iets liefs.

Die bloemen.

Slaap, slaap.
Steeds vaker.

Zomaar iets heel liefs.

Een vers zakje diner.
Zachte handen voor een glimlach.
Witlof met ham? Biefstuk? Een soepje vooraf?
De lieverds.

Mag ik nu bij het raam?

De doofstomme!

Mag ik nu bij het raam.
Dat vroeg ie.
Toen ik al een flink eind op weg was.
Naar die andere kamer.

Andere kamer?

Lekker alleen.
Dat zei ze, het witbruidje.

Kunt u rustig slapen, ook dat zei ze.

Weer die zachte handen.
In de buurt van de berg.
Even legen.
Woorden vol glimlach.

Ook al wit.
Deze andere kamer.

Zou het daar ook wit zijn?

Een doorgeefluik.
Van het ene zakje naar het andere.
Functioneel.
Een tussenblaasje met huid zonder haar.

En is er wel zoveel plaats?
Misschien zijn de zieltjes dun.
Zo flinter dat ze geen plaats nemen.
Tot in de eeuwigheid kan het dan doorgaan.
Dat opnemen.

Slapen?

Maar ik wil helemaal niet…

Weg was ze alweer.

En waarom de gordijnen dicht?

Slapen.
Ik moet natuurlijk slapen.
En dan morgen weer die zachte handen.
Slapen slapen.
Naar handen.
Naar slapende handen zo… Zo zacht.

Even geen zin in reacties

Hooi, zegt ze (Martijn Benders)

Gegijzeld door de muziek
slaat je stem als een grammofoonplaat over
omdat je hoofd spijbelt met dat meisje
drink je al uren uit hetzelfde glas.

Je wou dat je een ander was,
King Kong of Jezus, iets met een borstkas,
iets dat zou drijven als het zo verstijfde
ontvoerd door de hooimuziek van de taal.

De bijen doen het ook.
Ze beroven de bloembanken
ontsnappen in hun gestreepte pakken
achtervolgd door de tralies
van het sluitende gras.

En, ergens ver weg
steekt de grammofoonwesp
zijn angel in je knast en strompelt
de liefde op modderig groene laarzen
het cafe binnen.