Categorie “Betere dichters”

Even geen zin in reacties

Klaaglied om Agnes (Katrijn Jonckheere)

Zij is het schuchtere kind, het zusje
dat onverhoeds stierf aan stuipen,
aan een grillig leven.

Zij is de polaroïdfoto waarop steeds
weer verschijnt wat je niet verwacht.
Er is een album om dit te bewijzen;

het is een terugkeer geworden,
een opname, een overgang
naar weer een ander verhaal.

Zij is Agnes, een woord zo leeg,
dat ik het ongeremd
kan laten vallen.

Even geen zin in reacties

Zeven vissen (Jacob de Bruin)

Twee halve touwtjes:

– één aan een roeiboot,

– één aan een leefnet.

In de roeiboot:

Durk [50] en ik [9].

In het leefnet

zeven [7] vissen:

vis,

visvis,

visvisvis,

– en deze –

de-ze-ven-de-vis.

Zeven zo vermoeide vissen

[lang-]langzaam onderweg

door steeds troebeler water

naar de bodem van de plas.

Zeven vissen als woorden

in een langzaam leefnet

aan een half touwtje

naar beneden –

gestaag.

Ondanks woorden zoals

ondanks,  desondanks,

desalniettemin en dus

als negen woorden

nooit op de bodem

maar onderweg:

leef-net, half-touw-tje,

de-ze-ven-de-vis,

visvis-vis,

visvis,

– en deze –

vis.

Even geen zin in reacties

[Absurdisme is mijn religie] (Olaf Risee)

Absurdisme is mijn religie en God is het woord. Of omgekeerd:
de kinderlijke ontdekking dat woord voor woord
niet spreken kan, dat de uitzondering de regel enzovoort,
dat Eva niet de appel maar de appel Eva nam.

Ofwel: religie is absurdisme van het woord.
En het woord is God en God is kind
aan huis bij wie de taal verloor.

Even geen zin in reacties

knikkers in het water (Martin Berghoef)

tussen de akelige takken
zie ik een school
waar

een geklede kleuter
stil in een hoekje zit

de anderen zingen
keurig in de rij
een liedje over God

hij rent weg
en ik

rol door

Even geen zin in reacties

Zij breekt (Frederic Leroy)

Zij breekt

(IN ZES FRAGMENTEN)

voor Efi Leontopoulou

1.

Zij breekt de fetakaas in twee en drijft scabreus de spot
met Belgische tomaten, grof versneden circusneuzen
tussen het komkommerzaad, ach geeft niet, fluistert ze
en slaat een kruis (want goede olie kan mirakels doen).

2.

Zij is mooi als sneeuw en breekt het ijs in januari,
als we samen met het nieuwe jaar ineengestrengeld
en woordeloos naar dode bomen turen, fabelachtig
veinst ze dat ze van de winter houdt (en kust me zacht).

3.

Zij breekt me soms in hele kleine stukjes als de maan
vol is en er moordende horden door haar aders jagen,
als ik door de badkamerdeur naar haar borsten staar,
ze likken wil, dan laat ze honden los en gooit met tanden.

4.

Zij breekt naar oeroud ritueel en met een vloek haar ei
hard op het mijne, synthetisch rood en niet langer gedoopt
in bloed van pasgeborenen, vóór ons een versneden karkas
ter meerdere glorie van een pas herrezen lentegod.

5.

Zij breekt de ritmische adem van het grote, blauwe lichaam
dat ze meedraagt in het hart, waar ze zorgen in laat zouten,
ze beseft maar ziet niet dat er vissen in haar leven,
– ik wel, zie ze soms wanneer ik in haar ogen duik.

6.

Zij breekt vandaag wat morgen, in soepel ochtendlicht
onverwoestbaar lijken zal, weet steeds van de dingen
de wezenlijke kern te vinden, dat wat theoretici
hadden uitgesloten, en knijpt dan hard, genadeloos.

Even geen zin in reacties

Af, afscheid! (Danny Degenaar)

Ze vertrok.
Duidelijk.
Ik zag het aan het bordje
dat boven haar hoofd hing.
‘Ik vertrek’

Ze pakte haar koffer
en sloeg de deur dicht.

Wat een archetypisch vertrek
dacht ik
voor een vertrek
dat niet archetypisch begon.

Het was aardedonker.

‘Is daar iemand?’ riep ik
half uit interesse
half pro forma.

‘Is daar iemand?’ riep ik weer
nu puur uit principe.

Toen ik mijn ogen openwreef
en zag dat het licht werd
lag haar bordje
tegen mijn borst aangeschurkt –

‘Ik’, vermeldde de achterkant.

Even geen zin in reacties

de ontmaagding (Case)

onderweg kwamen we een boer tegen
die ons een mol liet zien
een handjevol zacht en zwart in een klem

je draaide je gezicht weg van die roze klauwtjes
de vetgele grijns die zijn hambakken wangen spleet
wees gegroet Maria

geil van afschuw heb je me even later
in je gesleurd in je geduwd: maak me anders
maak me anders

Even geen zin in reacties

West Palm Beach (Berelaf)

Vluchtland

“In jou herken ik vader,”
zet je onbeschaamd de toon

– en ik wens een zandstorm
in de ogen van dit Godgekeurde vluchtland,
waar jouw zichtbare lichaam
zich zo hatelijk volmaakt,
zo schandelijk volgroeid
in een Barbiehuis van vrijheid
heeft opgesloten

“maar stap toch maar in.”

Met benen, zes uur zwaarder dan de middag,
en met een hart dat zes jaar overslaat,
neem ik plaats in je rode convertible.

“Een present van Bruce.”

Interstate 95

De wind waait onherkenbaar door je haren.
Je lippen zijn oranje, voller en brutaal.

Je zult niet altijd tijd voor me hebben,
je bent van iedereen en dus van niemand,
ik moet begrijpen dat en by the way,
daar ligt Cape Canaveral.

Lance? Allang niet meer,
zoveel sterker ben je nu,
hier heeft men geen verleden
en zie ik daar die huizen?

De laatste tornado, of nee,
de voorlaatste zal het zijn geweest,
maar aan de overkant van dat water
is het vele malen erger naar het schijnt.

En ergens achter die zonnebril zit jij.

Goud in honderdvoud
We hebben gezwommen,
de zon is te verdragen en ook op dit zand
blijven we drijven.

Hoe lang hebben wij het water niet gedeeld?

Je kijkt alleen nog maar vooruit, zeg je.
Je houdt hier de muggen in je hand, zeg je.
Het moeras valt droog onder je voeten
en iedere storm brengt wel een regenboog
die eindigt op je huid.

Je hoeft me niet te vertellen
dat het goud daar ook gevonden wordt.
Hoe je bloedwraak pleegt op jezelf.

Voor wie ben jij hier veilig?
Hij ligt nog steeds tussen ons in.
In honderdvoud.

Als vanzelf

Ik duizel zelf van de klap,
van de afdruk van mijn hand
die ineens als een halve waarheid
op je wang staat.

Ik weet niet wie ik heb geslagen,
ik weet niet wie er sloeg,
maar beiden zijn verdwenen.

Je lacht van de schrik, je huilt
herkenning en zoent me op mijn mond.
We zijn weer even oud.

“Je bent lief.
Jij was altijd al liever.
Vandaag ben jij de liefde.”

West Palm Beach

Het strand wordt smaller,
de flats van Florida naderen de zee,
in hotelkamers druipt het rood van de muren.

De wind gaat met ons liggen,
de aarde draait ons weg van de zon.

Hier, in dit verschrikkelijke zand,
begraven wij de handen
die in jouw huid hebben gebrand.

Je voeten voelen kleiner aan,
je buik is onbeschadigd.

Waarom hier, mijn zus, waarom nu?
Je kust mijn vingers en fluistert,
als was het een geheim:
“Niets doet nu nog pijn.”

Even geen zin in reacties

De sokjes van Willeke (Morphin van Geeuwen)

De sokjes van Willeke
zijn niet de sokjes
– en nu praat ik voor mezelf –
die u zou verwachten
om de fragiele enkels
van de Alberti in kwestie.

(Lila, blauwgebloemd en babyzacht.
Blootsvoets. Wit met kant.)

Ze liggen naast het bed
laat ik u uit de droom helpen:
Verre van dat.

Ook zij kunnen grijs en vaal.

En vreemd ruiken
als je diep inhaleert.