Categorie “Series”

Even geen zin in reacties

het begin, het midden en het eind

Een flarf, opgebouwd uit fragmenten van honderden (?) op internet (forums, blogs et cetera) gepubliceerde gedichten.

i. het begin

je kijkt, je hebt geen keuze,
naar een stilleven van vruchtwater.

tussen onrijpe vruchten drijven halve kinderen elk
met een bruin pakje brood voor onderweg.

over blauwe plekken die identiteit verhullen,
over een god die kan zweven, over het smeken van gras,
over dat je van drop zult houden, gaan geruchten.

de dag dat je ouders als spechten in je keel droomt
komt het leven je borst voor borst tegemoet
als de zon en de maan. ook jij zag er lachende gezichtjes in.

ruisend graan rood van klaprozen wil je zijn, lommer
op het dienblad – ontastbaar en zo aanwezig tegelijk
als een zeedier dat het zand omwoelt,
woelen.

ii. het midden

in het leven merk je dingen, zoals
de halve wereld is verdeeld in meerdere helften.
natuurlijk: je mag ontvangen, maar je moet ook
en niemand is zichzelf.

soms word ik ruggelings vacuümgetrokken
langs een glazen busportaal waar grimmig wordt gezwegen.
soms struikel ik over losliggende zinnen
als iedereen me kan bekijken.

verpakt in tere mensenmaskers lik ik lustig lijven
van collega’s op dezelfde afdeling; witte krijgers
zonder schuld. dan voel ik me minder alleen,
is mijn ziel groter dan de pijn.

nee, ik hoef niets te bewijzen, ik voel mijn kracht
stiekem aan me zitten als een geleidehond
die met een wang over mijn neus vaart.
het moment duurde lang.

iii. en het eind

hijgen over vroeger
met schuimende tong uit plastic en paardenhaar
klamp ik me vast aan de frêle kant van de bespiegeling.

ik vraag me af welke input ik nog kan vertrouwen.
dat ik van drop houd? dat de wereld met mijn voeten speelt?
dat mijn lichaam loopt op zuurstof (het zit o.a.
in de motoriek en in de talen) en medicijnen?

het antwoord is wel beloofd (kijk maar op je msn)
maar het licht dat mij bewoont heeft zich verscholen,
op zijn zij. en onterecht, als een olifant

voorover leunend in de tijd, mijn veren niet verheffend
brand ik inferno’s die hitte hebben wanneer de storm welt.

misschien is het niet wat je wilt horen,
maar ik zal je terugvinden in een luchtbel
en je zult ernstig en blij zijn.

(Verschenen in Flarf, Contrabas 2009)

Even geen zin in reacties

Ana

01 mei: 56,8 kg

Vuurwerk met iemand
En daarna helemaal naar
Aardbeitjes ruiken

Haiku. Moesten we schrijven voor school.
Anyway, ik heb nu een vetpercentage van 13,3%
en dan loop ik vandaag in de zon naar huis – aan de ene kant
echt great, maar op dat moment besefte ik me meteen
dat de hele situatie niet echt great was: mijn mond
stinkt, ik heb een hele pot duopenottie uitgelikt.

Dusch. Het plan.

Ontbijt: Niks
Tussendoor: Niks
Lunch: Stukje komkommer
Tussendoor: Niks
Avondeten: 1 schep boontjes & ½ schep aardappelpuree.

Het liefst wil ik een pelgrimsroute doen,
maar ik ga meer dansen in mijn kamer:
you won’t know the fucking difference.

04 mei: 56,9 kg

Ellow. How’s life there? Hier is het nog steeds kut.

Dat bewijst die gigantische drol in de wc-pot van zonet wel (sorry).

Ik stel me behoorlijk kwetsbaar op, moet ik zeggen.

07 mei: 56,8 kg

Genoeg gezeik.

Hoe ga ik het vanaf nu aanpakken? Anders.
Wat betreft automutileren: daar is geen twijfel
over mogelijk, dat doe ik gewoon.

Ik bedoel, boeiend. I believe in control.

Ik heb me zes uur opgesloten in mijn kamer
en me helemaal kapot gesneden. Het bleef
maar bloeden. Zo grappig, ik hield gewoon
niets meer binnen!

Ik ging naar bed met een mooi, leeg gevoel.

09 mei: 56,8 kg

“Howaboutdinsdagnazessennagenietenvandezonmetbiertjesenwijntjesenseksenzo?”
Wtf. Waarom sms ik dat met zo’n regenboogje (I love dat regenboogje
staat voor dromen, geluk, weet ik het) erachter? Weet ik het.

Anyway, daarop kreeg ik niks meer terug. Bah. Het is zo bahbah.
Ik kon wel janken. Kan wel janken. Heb gejankt.
Verder ben ik echt dood (en dik), maar boeiend.
Bah graftakke tering kut blehhhh.

10 mei: 55,9 kg

Een week lang primitief kamperen in de natuur:
mijn moeder veranderde in een groot, groen blok,
de eenzaamheid in een ring van gevlochten touw.

Attributen verzameld, op naar stap twee: zie de zon,
word gelukkig keidronken tussen de hanenkammen,
in de frisse ochtendlucht met de mooie roze wolken

wil ik al mijn botten kunnen zien, met bovenbenen
die elkaar niet raken als een Operation Beautiful
briefje van een hoog gebouw afwaaien: woeiiiiiiiii.

14 mei: 55,1 kg

08:30 drie crackers met chocopasta (overgeven)
10:30 twee pakjes liga, appel (overgeven)
13:00 negen chocolade koekjes (overgeven)
14:00 nog. meer. chocolade koekjes. (overgeven)
15:00 halve zak chips (overgeven)
15:30 pakje liga (overgeven)
17:15 chips (goh…) (overgeven)
17:30 een reuze krakeling, bastogne koeken (overgeven)
18:00 appel (overgeven)
19:00 avondeten: macaroni (overgeven)
20:15 twee stroopwafels (overgeven)
20:45 halve komkommer (overgeven)
22:30 vier pakjes sultana (overgeven)

Zo. Dat is er dus ook weer uit.

16 mei: 55,1 kg

Wat een topweekend! Ik heb nu dus 50 uur
niks gegeten. En dan ook nog heerlijk hockeyen
in het zonnetje Kcals verbranden, net zolang

tot ik dun ben als een regenboog, kleurrijk
maar doodstil herinnerd als een mooi meisje
dat jongens supermakkelijk konden optillen.

Ook al heb ik nu keelpijn en zijn mijn knokkels
kapot: het gaat goed, het gaat lekker: de vloer
zal niet meer kraken als ik eroverheen loop.

17 mei: 55,4 kg?

Mijn moeder heeft de weegschaal afgepakt.
De controle is WEG. WEG. WEG.

WAAROM BEN IK HET PERFECTE VOORBEELD
VAN DE MEEST IMPERFECTE, MISLUKTE
KUT-PERSOON DIE ER OOIT HEEFT BESTAAN,
BESTAAT EN ZAL BESTAAN?

Ik bedoel: MEGABUIK 2 X 15 met BAL.
Ik bedoel: VIER napolion salmiak
Ik bedoel: la la la la depressie.
Ik bedoel: dankjewel, moeder.

Me is very MAD @ me.
En dan zit ik ook nog met die ring van eenzaamheid.

18 mei: 10055,4 kg?

Ben 10.000 kg aangekomen. Maar ik heb gebraakt,
gebraakt, gebraakt, gebraakt. Toen haatte ik mezelf
minder, maar het is heel erg tijdconsumerend.

Ik heb bij Bleedlikeme – ze zit schuin voor me
ijsklontjes te eten – aangegeven dat ik wil
meedoen met de afvalwedstrijd in juni,

maar mijn ouders dwingen me. Mijn vader
zal ook wel weer die zalmsalade maken
voor ik doodga. Daar kom ik dus niet onderuit.

Kan ik jullie trakteren op wat héérlijke thinspo?

21 mei: 53,3 kg

Woehoe, je had mijn moeder moeten zien toen
de huisarts zei dat ik last had van ‘pubergrillen’.
Zij schuldgevoel omdat ze mij had volgestouwd.

Ik bedoel: be-fucking-grafenis. Alsof ik doodga
als ik niet eet. Dank je wel, moeder.

In werkelijkheid zijn jullie vast beeldschoon
en willen jullie onnodig afvallen. Ik niet. Ik krijg
geen lucht door al dat vet dat op mijn borst drukt.

Anyway. Stel je voor dat je een wc-bril
om je mond laat tatoeëren. Dan kots je
in feite al in het riool.

Dusch.

29 mei: 49,0 kg

65 64 63 62
61 60 59 58
57 56 55 54
53 52 51 50
49 48 47 46
45 44 43

This is gonna be my summer.
Ik weet het zeker. <3

Even geen zin in reacties

Humpaman

De nieuwe avonturen van Humpaman

I. Waarom Humpaman God is en jij niet

En uit vuur, uit as en water, Humpaman.
En uit groet, uit kus en later, Humpaman.
En uit de vierkwartsmaat. En uit de vijftienvierdemaat, Humpaman.
En uit het geluid van een wegstervende trombone, Humpaman, Humpaman.

En uit de collectieve kelen van een kikkerkoor,
uit boeren die moerassen noodgedwongen laten.
En uit het dagboek van een kind dat kanker heeft,
uit de dood.

Het moet wel poëzie blijven,
ritme of geen ritme.

Humpaman, omdat het staat geschreven, Humpaman, de profetie.
Humpaman, uit de kut van Van het Reve, Humpaman, de blasfemie.

Humpa, Humpa, Humpaman!

II. Humpaman wil uit vissen maar krijgt al op regel 1 te maken met een troskomkommer

Godverdomme. Zit er een troskomkommer
in de aars van Humpaman. Goed voor een glas
teler* maar niet leuk voor Humpaman.

Humpaman wilde gaan vissen op bokking,
kinderlijkjes en klompvoeten
maar daar komt zo natuurlijk weinig van.

Gaat Humpaman eindelijk eens vissen,
roeibootje gehuurd met bijpassende peddel
zijn vrouw volledig stilgemept, krijg je dit.

Een troskomkommer in zijn aars? Kom nou,
Humpaman heeft niks met glasteelt, sukkel.

* Rijk Zwaan waarschuwt telers tegen een dreigend ‘waterstokimago’ van de Nederlandse komkommer. Een grotere variëteit en teelttechniek moeten dat voorkomen. Dat bleek afgelopen woensdag op een bijeenkomst van het Zaadhuis in Nieuwegein. De komkommerteelt raakt steeds verder achterop bij de andere grote glasgroententeelten in Nederland. Zaadhuis Rijk Zwaan in De Lier (ZH) werkt daarom aan een tros- en een snackkomkommer. (Oogst, maart 2004)

III. Hoe alles altijd is terug te voeren op kiezels en lucht

Vandaag doet Humpaman aan introspectie en koken,
kneedt eerst een knapperige pizzabodem
tot gort en plaatst die op zijn hoofd.

Gort en hoofd gaan straks gebroederlijk de oven in
die toen het gas werd afgesloten
ongemerkt op hete lucht is overgeschakeld.

Zo, dat vindt Humpaman genoeg introspectie voor een dag
en aan koken heeft hij ook een hekel.
Kiezels lust hij daarentegen niet rauw.

Het is, kortom, alweer een kwestie van hete lucht
of niet.

IV. Waarin Humpaman een snor laat groeien

Het kostte Humpaman jaren om er een te pakken te krijgen.
Menig vriendschap is erdoor kapot gegaan.
Daar baalt hij niet van.

Humpaman mag graag aan zijn puntjes draaien.
Soms buigt hij ze omhoog
en kijkt de snor blij.

Vandaag spreekt Humpaman hem
moed in totdat hij zich beter voelt.

De snor staat in zijn pot.
De pot staat naast zijn bed.
Met kerst hangt Humpaman er ballen in.

V. Licht versus Humpaman

Licht. Humpaman heeft er niks mee. Het is opdringerig en gaat
overal op zitten. Humpaman hoeft de gordijnen maar open te doen
of het komt al binnen.

Tegenlicht, licht waardoor Humpaman de vrouw
van het belspel niet kan zien, licht dat enge dingen doet
tussen vijf en kwart voor tien.

Zeiksubstantie. Pislicht. Licht dat Humpaman met zijn ogen doet knijpen.
Strijklicht om door iemands haar te spelen
die er toch niet is.

Wat een geouwehoer.

VI. Humpaman oefent een dialoog met de spiegel zonder de letter ‘e’ maar mét alliteratie

namapmuH ollaH
namapmuH ollaH

VII. Het lek boven

Ligt Humpaman net lekker
onder zijn opplaksterren stroomt
het water langs de muren.

Even houdt het stil aan zijn lippen
en aarzelt. Dan hijst Humpaman
de witspuugvlag.

(Het bestaan van Humpaman is hermetisch.
Erbuiten is niets dan lek.)

Pssst, doven de sterren
in kringen om hem heen, pssst,
alsof ze hem geheimen influisteren.

Humpaman maakt met gemak
de grootste kring, even achteloos
als een weggegooide steen dat doet.

VIII. Humpaman koopt eitje en steekt zijn tong uit

Het is waar dat zijn laatste pijpje
niet wilde breken tegen de zijkant.

Dat eitje niet groot
en barsten vertoont.

Dat eitje naar oude mensen
die in eitje eitjes bakten
ruikt ook.

Humpaman past zich aan,
trekt er morgenvroeg op uit
en wordt zijn eigen karavaan.

IX. Kiezen met Humpaman

We beginnen bij de bron van alle kwaad. Dit is een
meerkeuzekeuze. U kiest tussen haptonomie
en wezens zonder enig besef van nomos.

Voorbeelden worden niet gegeven. Humpaman doet niet
aan stemmingmakerij, noemt geen namen van vrouwen
die andere vrouwen, puur uit onwil

niet van kanker genezen. Nee, Humpaman is objectief
en wijst niet op beloften die in het donker opkrulden
als rook, hangen bleven als een sterrennevel hem omhulden

als haar lichaam, een laken, een verdwaalde haar
die zich om zijn eikel wond en waarvan hij uit piëteit
niets zei, hoewel het zeer deed, zeker, laat hij de keuze
aan u.

X. Waarin Humpaman oud nieuws bespreekt

Humpaman is best bereid om zomaar wat te sterven
aan iets als kanker, aids, de builenpest, een smeuïge
cyste in zijn teelbal.

Een kernachtige apocalyps? In zijn leunstoel
voor het grote raam, akkoord. Hij mag graag naar
buiten kijken als er iets gebeurt.

Maar vogelgriep?

Humpaman heeft van een vogel gedroomd.

De vogel had een snavel
om zwarte gaten mee te maken
in de blauwe lucht.

Er sprongen houten lammeren uit
die zeventalig zongen.

Humpaman begreep er geen flikker van!

En toch: het is zijn favoriete droom.
Hij zou er met liefde over opscheppen.

XI. Plop

Armzalige dag vandaag heeft Humpaman
zichzelf desondanks opgepakt,
ondersteboven gehouden leeggeschud
als pedaalzak boven biobak.

(Plop doet de lever
and the liver does plop)

Vervolgens volvet onder douche gestapt,
korstjes voorzichtig van zijn huid gekrabd.
Tuinbroek aangesjord, bellen omgehangen,
op de bank naar Kwebbel gaan verlangen.

Fijne avond, Humpaman!

XII. Humpaman vond

het heel zielig van Reve.
Hij kon niet naar de begrafenis.
Hij had het druk. Hij had lange
brieven aan Verdonk te schrijven.
Hij wilde dat meisje wel adopteren,
mits ze niet ontzettend stonk; nee,
van stinkende meisjes houdt hij niet.
Daar kan Humpaman dus niets voor doen.

XIII.

Humpaman neemt zich voor een wonder te beschrijven,
en wel in dit gedicht. Ga maar na: de dood? Uitputtend
behandeld, klaar en – frankly – een hele zorg minder.
Voor liefde is Humpaman genetisch ongeschikt.
Voor vlees gaat hij naar de slager.
Voor brood naar de Turk.

Zo vertelt Humpaman het aan een man
in het trappenhuis: ik ga een wonder beschrijven.
Hij herhaalt zich, niet voor de zekerheid,
maar voor de annalen.

Over het wonder in kwestie doet Humpaman
geen uitlatingen. Aandringen heeft geen zin.
Als hij het wonder ziet zal hij dat zeggen
tegen de man in het trappenhuis.
Zo hoort dat.

XIV.

Haar discreet over huid verspreid.
Toverballen in de wangen en met drie
kleurenvulpotlood in de aanslag
het leven opgezocht.

Je moet ergens beginnen, weet Humpaman,
te beginnen bij de overkant van de flat.

Links, links, links.
Geen wonder te bekennen.
Humpaman steekt over met zijn handen in de lucht.

XV. De paden op, de tuinen in

Voorwaar! De hangende tuinen van Babylon
zijn naast het spoor geland. Op de Schenkstrook
schenken bijna doden leven.

Humpaman heeft ze wel gezien, de mensen
verbouwen houten huisjes. Minimausoleums
om te oefenen en tuinbonen in op te slaan.

Humpaman is behept met een krachtige straal
en kan heel aardig mikken. Vanaf het dakje
pist hij zomaar vier kabouters omver.

Maar dan!

Kuiltje maken. Zaadje in. Gietertje erboven.
En voor je het weet heeft Humpaman
toch maar mooi een tomaat in handen.

Wonderlijk: sinds moeder stierf
hoort hij de vogels beter.

XVI. Holy ghost in the machine

Brengt de avond met Keller
Geister, kaasstokbrood en Atari
calculator door.

LOL+LOL=HIHI

Humpaman noteert: fuck de Kabbala.

Even geen zin in reacties

götterdämmerung

1. de lispelaar

maar als je dan nog zo onherroepelijk moet zijn,
wees dan zoals haast niemand is,
als god

maar niet die, niet de patriarch, de grijze
hoeder van het grauwe, niet de leugenaar
die scherp en warm als distels schuilt in gras

nee, wees de wrekende, die waarheid brengt
en in de wind woont, de slissende,
de lispelaar die van jezelf vertelt

wees weer het vreemd grommend wezen
dat dreigend langs de wanden
van mijn kinderkamer schuurt

of de schaduw die je hand maakt
als huid gespannen oplicht
in het groen van een nachtlampje

maar wees niet dit, niet dit dier
dat ieder aarzelend woord van troost
van mijn uitgestoken handen likt

2

vandaag waart over het schoolplein een besef
dat bleek en dik als wasem onder een kap is
en zwelt als voeten aan het einde van een dag

in juli, als knikkertijd voorbij is en zomerzand
nauwlettend uit ogen wordt gewreven
met blauwlauwe washandjes

waar jongens molenwieken over het plein
met armen die als tandwielen
tot bloedens toe in elkaar grijpen

heeft een kind soms simpelweg
de verkeerde ouders en is de wereld
niet veel groter dan deze zandbak

3

oma schept
eieren uit de pan
met een hardhouten lepel

oma weet
dat je kanker krijgt
van zout op eieren

eieren smaken
nergens naar
deze eieren

er is de vage belofte
van een dag vol elfen
op de elfteling

4

van onder de gelambriseerde deur
komt rook van onder de gelambriseerde
deur komt rook de douche staat aan de mei
de meisjesdouche staan aan

als we bukken kunnen we misschien
voeten zien als we diep bukken kunnen we misschien
haar voeten zien als we heel diep bukken
kunnen we haar voeten zien we tellen tot negen

tenen aan de ene

5

vandaag waart over het schoolplein een gerucht
sissend als de sampan
en scherp als het zakmes wanneer je onder ede zwijgt

nemokeg si eipeoj eipeoj
nemokeg si eipeoj eipeoj

gaat van mond tot mond
maar niets wordt bevestigd
en niets wordt zomaar toegegeven

6

wie heeft het soldaatje wie
heeft het plastic soldaatje gestolen?

raadseltje: wat is zo klein dat het moeiteloos
in je knikkervrije broekzak past?

de oppergeneraal.

(leg het neer
leg het naast de stoeprand neer

vind het) krijg een snoepje
wegens goed gedrag

7

vandaag waart over het schoolplein
het lied van de lispelaar, het lied
van oorzaak en gevolg, dit lied
dat van schuld en boete zingt

nemokeg si eipeoj eipeoj

haar kleine ziel
besterft in drie dagen,
hangt zichtbaar als een trofee

te drogen aan een riem
die ons omspant
zoals alleen

een meisjeshand
tot bloedens toe
het hart omspannen kan

8

niemand gaat langs af

9

het was vreemd
hoe dingen plots niet meer alleen
met elkaar te maken hadden

hoe alles wat altijd
zo nauw met elkaar verbonden was
zo snel zo ongedaan gemaakt kon worden

alsof alle letters op het bord
die haast moeiteloos eerst
tot woorden werden

in opstand kwamen en eenmaal los
gelaten als vliegen aan dunne koorden
om onze hoofden draaiden

10

ook sterke verhalen vlogen zo
rond als superhelden haast

ze waren al snel niet meer
bij ons weg te slaan

en toch wist niemand toen
of er ooit zoiets gebeurd was

we wisten alleen dat zonlicht
toch niet als water warm
en om je heen was

maar dat er vreemde stralen waren
waar je soms door werd geraakt
en dat dit raken dan het toeval was

11

robert droeg een nieuw blauw jasje
robert droeg een groot geheim (wees zuinig
op je jasje robert) deed soms nog
een plasje

wanneer dat niet de bedoeling was

en dus hield iemand zijn jasje
op drie hoog van een steiger
in de lucht

van de andere kant van de straat
leek het net een vlieger blauw
op blauw nee werkelijk

met je ogen half
dicht tegen het priemende licht
was er niet veel meer te zien.

dat is ook wat iedereen later zei.

en dat het stom was
van het ziekenhuis, dat zeiden we ook

niemand zei dat hij zijn jasje even
boven de grond haast
nog had ingehaald.

dit moet ook nog gezegd:
superman had vrij die dag.

12

daarna vielen ze in bosjes
zegen neer tijdens het voetballen stegen
op tijdens het zingen

van een lied met veel amen
en armen rond en rond in hava
nagila hava sneller

en sneller rond het snijdende touw
totdat het bloed langs haar dunne
meisjes polsen stroomt

tot helemaal over haar benen
op de grond

13

deze waarheden werden verdronken
als jonge katjes. je bond zo’n zak dicht
alsof het vuilnis was

met de warmte van de grote kat
nog op je schoot

en niemand vond dat daar
iets vreemds aan was, aan zo’n grote kat hier
en aan die kleintjes

ook Jezus niet
terwijl die toch altijd
langs het water liep

14

aan de rand van het schoolplein staat
een jongetje al
weer te vertellen over zijn onderzeeër

die in de Barentz ligt daar
waar een koude oorlog woedt
en pas als iedereen

aan zijn blauwe lippen hangt
houdt hij een hand voor zijn mond
en wijst naar een vlieger in de verte.

15

ademt dan,
zooooooooooo
een mondvol vliegen uit.

16 (dit zijn de dagen, mijn vriend)

dit zijn de dagen
dat de raderen van de wereld
dieper in de wonden grijpen

dat de dageraad
door verlichte vreemden
op een draagbaar
naar binnen wordt gereden

dat alles
in de engte lengt
als tussen dubbel glas
het geluid van een sirene

dit zijn de dagen dat je huivert
als een vliegtuig overgaat
zoals soms een ziekte doet

dat mars daalt
als een rood en boos gezicht
vol lijkvlekken

17 (kinderliedje)

van voor naar achter gaat de auto
schuurt hitsig haast
tegen de wanden op

ik zandstraal gedachten
met mijn gezicht tegen de wind
en mijn mond zooooo

mars daalt neer de lucht is rood de wereld
ruikt alsof hij net is ontsmet
we gaan

van links naar rechts
mijn broer en ik
op de achterbank

het is lastig zingen
met dichtgeknepen keel
maar toe doe alsof

je niet weet waar je bent
toe doe alsof we (zijn er
bijna) thuis zijn

18 (de groene simca)

drie mannen in heel donker
blauw hebben hem
gevonden en naar huis gebracht

hij lag in zijn auto
te slapen: een Simca
in bijzonder lullig groen

19 (belle Hélène)

en alweer op de achterbank
op weg naar een land zit Hélène
de vlakke uren naast mij

het landschap komt en gaat
met af en toe een schaap
en later ook wat heuvels

ik houd haar hand vast
tot zij net voorbij de grens
in Nederland verdwijnt

ik zal haar evenmin een ansicht sturen
als zij hier was

wel draai ik twee weken
(a) dat nummer
(b) één bruine haar steeds om mijn vingers

20 (intermezzo; transmitting live from Mars)

komt tot mij, allen die eenzaam zijn
verdwaald vermalen
tussen de raderen

van een wereld
die te diep in de wonden grijpt
en leg uw botten hier te ruste

laat ze bleken gloeien
branden desnoods dan
als een ster

21 (baby, I’m a star)

ik word een ster
en ik zal zeker veel
te veel willen drinken baby

you can drive my car

dan doe ik mijn ogen dicht
en droom haar even stiekem naast me
als mijn vader achter het stuur

22 (de droom)

hij komt aan
gereden in die auto
parkeert netjes en stapt uit,

vloekt dan niet
ongewoon herhaaldelijk
op de groene stoel met franjes

ik vertel hem dat hij dood is
hij heeft geen zin in dat gezeur
en trekt een biertje open

even hardnekkig
als de vlekken op zijn gezicht
staat soms zijn auto buiten

23 (mars daalt)

vandaag zie ik
de vlekken in zijn gezicht
gaten in de lucht branden

rood kleeft aan wanden
dichtgeknepen kelen zingen
alles ruikt alsof het net is ontsmet

de wereld vouwt ons op
slikt ons in en ergens
implodeert een lever als een ster

maar toe doe toe doe
t het er allemaal
nu wel zo toe ?

24 (weer onderweg)

ik mis dezelfde
muur vandaag al
weer op enkele centimeters

0 intermezzo

I saw myself

a ring of bone
in the clear stream
of all of it

and vowed
always to be open to it
that all of it
might flow through

and then heard
“ring of bone” where
ring is what a

bell does

© Lew Welch)

25. kringspel

ik adem
mezelf weer uit en blaas
een roze ring van meisjes om mij heen

penny, ik laat je naam in mij
vallen als de zon in water
en duik je steeds weer op

iemand roept je naar het midden
en al wat draaien kan – het draait

ik beloof mezelf plechtig
om je met bleke huid en haar
in te blijven ademen

26. kermis

zoals een tong eerst schichtig dan
sneller steeds en almaar sneller draait
berijden wij wijdbeens draken

want het is kermis op het plein
en alles is nog mogelijk

kijk, daar branden lichtjes
witte gaten in de lucht
de geur van suikerspinnenlippen

als askegels gloeien wij als sterren bottenbleek
op excursie naar het einde van de nacht

nat gras, natte ruggen
je onbehoorlijk smalle schouders
je open mond: zo groot de maan!

27. onder de seringenboom

later onder de seringenboom ben ik
in de schaduw die een hand maakt
op je warme wang

draai als de rook van een eerste sigaret
in mijn buik, laat mijn vinger door iedere cirkel
prikken waarvan jij het midden bent

onder het badpak over je moedervlekken:
sterren branden donker op jouw huid, zeg je

maar ik voel alleen maar jou
maar ik proef alleen maar jou
zomerzout en nieuw en jong zo penny

28. de bus terug

blazen maar weer: kringen op het raam
namen doorhalen onder harten
van de heenreis

penny loves x loves y 4 ever
4 ever weerkaatst je
bitterzoete adem van die ochtend

grotere jongens weten het: jou pesten is makkelijk
vandaag legt iemand pennies op je ogen
als je slaapt

zwaai ik naar mezelf
in het raam van een bus op weg naar huis
zie ik de dood, een verstekeling

die onderadems reist van mond op mond
van zweterige hand tot hand
als voetbalplaatjes in de pauze

ik droom een cowboy: brede hoed, jas,
het striemen van een speekselzweep
één uiteinde bungelt aan je mond

29. penny slaapt

grotere jongens wisten het: jou pesten was makkelijk
vandaag legt iemand pennies op je ogen
als je slaapt

dooft de zon op iedere tekening
die vloeidunne bleekhuid!
zelfs sterrenlicht brandt gaten

ik draai mezelf binnenstebuiten
wil je mijn moedervlekken wel geven

het zijn er twee
ze passen over je ogen
en gloeien in de eindeloze nacht

30. ennio

de donsgele slaap in je ogen
gaf je me
en al het licht van de maan

ik hang haar
aan een touw boven je huis
en zeg: de maan is nu gehangen

ik fluit veel – morricone
en ben een zomervakantie lang
indrukwekkend somber

31. where ring is what a bell does

vandaag gevonden:
je seringenroze kauwgumring
past niet meer om mijn vinger

je geur, je smaak, je speeksel
wat licht was bleek niet taai genoeg
om langer mee te gaan en ging

ik schrijf dit omdat ik aan je dacht
toen ik een gedicht las
en plots je ring zo hoorde