Twee halve touwtjes:
- één aan een roeiboot,
- één aan een leefnet.
In de roeiboot:
Durk [50] en ik [9].
In het leefnet
zeven [7] vissen:
vis,
vis-vis,
vis-vis-vis,
- en deze -
de-ze-ven-de-vis.
Zeven zo vermoeide vissen
[lang-]langzaam onderweg
door steeds troebeler water
naar de bodem van de plas.
Zeven vissen als woorden
in een langzaam leefnet
aan een half touwtje
naar beneden -
gestaag.
Ondanks woorden zoals
ondanks, desondanks,
desalniettemin en dus
als negen woorden
nooit op de bodem
maar onderweg:
leef-net, half-touw-tje,
de-ze-ven-de-vis,
vis-vis-vis,
vis-vis,
- en deze -
vis.
( jacob de bruin )