Even geen zin in reacties

in sommige gedichten

hij zocht een meisje met wild
woekerende haarwortels, oneffen
glimlach en een aura van babyvet.

zij vond zichzelf opnieuw uit
in de plooien van kleermakers
zitboeken, het ontvouwen van spijt.

in sommige gedichten komen ze
nog samen of tegelijk; in andere
bloeden kinderen bloemen uit,

Even geen zin in reacties

vanuit praktisch oogpunt

met lichaamstaal en geluiden wil de gehandicapte iets.
om dat te begrijpen wordt ze geobserveerd, werkt ze
in gevangenschap mee aan rugvinonderzoek.

daar wordt dan een videootje van gemaakt.
schitterend moment: zij reageert op muziek en soms,
als de voorstelling is afgelopen, zwaait ze wat.

zelf kan ik geen verdoemenis aan haar ontdekken,
zolang ze onwetend is. maar op een bepaald moment
komt het nieuws: ze was geen van beide keren maagd.

lichaamstaal is de waarheid (door gas zwelt de buik op,
zodat de chirurg zijn werk goed kan uitvoeren)
maar de werkelijkheid was er natuurlijk al.

ik bedoel eigenlijk dat alle taal een metafoor karakter heeft.
het betekent dat we hooibergen zijn.

(een speld, ik heb een speld nodig, een doosje veiligheidsspelden
om dit gedicht bij elkaar te houden.
heeft u terug van een hooiberg?)

zodra de kleine was geboren, werd een borst aangebonden.
dat wil zeggen: ze sliep zo vast dat zij niets merkte
en pas wakker werd, toen hij aan de vrouw zat.

of bekijk het vanuit praktisch oogpunt:
om u wakker te schudden gebeurt hier van alles,
valt er een hooiberg aan mogelijkheden over u heen.

(Verschenen in Flarf, Contrabas 2009)

Even geen zin in reacties

een sterk verhaal

en op de achtste dag
besloot ik mezelf te scheppen
uit de kuil waarin ik als kind gevallen was.

ik had een groen schepje
– onbreekbaar plastic –
van het merk madeintaiwan.

eenmaal uitgegraven
beviel ik mezelf zo goed
dat ik jou schiep.

ik droeg een paarse cape
met gouden epauletten
en blauwe kwastjes

waarmee ik lucht schilderde,
en ik was verbaasd
want je borst ging op en neer.

ik zuchtte wat wolken
om samen op weg te drijven
en aldus geschiedde.

jij mocht me God noemen
of Erwin. dat is het dus geworden.

Even geen zin in reacties

zon zon heeft weinig vrienden

het was dus wel een moeilike dag,
maar iik heb 14 nieuwe likes. wil jij
mij liken, dan lik ik je terug. ik hou
van likken, van lijken wordt ik blij.

wat is je facebook? mijn facebook
is vol. ik heb een vol gezicht ha ha.
als ik in de spiegchel kijk ja, zie ik
eruit als een beetje vet dik boek,

een beetje vet dik boek ja in tweet
kan ik het niet, daarvoor is het dus
sorry te fat. het was fat, het was zo
dat ik likete en hij likete ook bij mij

maar toen kwam de zon zo focking
hard op het scherm, echt keihart er
overheen dat je niks ziet. ik haat zon
zon gewoon soms haat ik zon zon.

Even geen zin in reacties

Eenzame uitvaart 31: man in deuropening

in iedere deuropening
stokt het bestaan – je komt
of je gaat, bent nergens.

het is niet als een brug
waar je van uit kunt kijken
naar de belofte van een stad

die schittert in de verte, niet
als de loop waar je jezelf
met een klik in kunt verliezen.

in een deuropening ben je
niets dan onderweg –  je komt
of je gaat, blijven kun je niet.

Mijn moeder slaapt graag uit. Wat dat betreft mag ze zich gelukkig prijzen dat ze niet is toegetreden tot de poule des doods, want een uitvaart ‘via de gemeente’ is per definitie een vroege aangelegenheid. Dit keer vindt de crematie vrijdag om negen uur plaats, meldt de dame van de dienst Bijzondere Hulpverlening. Of ik dan kan. Het is vroeg. Maar ik kan. Of ze iets over de overledene weet. Ze weet iets. Maar niet veel. Aras is gevonden in een pand waar een onbekend aantal mensen – hoogstwaarschijnlijk allen zonder geldige verblijfsstatus – wonen. Zij troffen hem rond kwart voor vijf ‘s ochtends aan, hangend in een deurpost. Een rottijd om te sterven, denk ik meteen. Via de Litouwse ambassade wordt duidelijk dat zijn moeder nog leeft, niet naar Nederland kan komen, maar wel graag de as van haar zoon wil ontvangen. Verder heeft de recherche wat verfrommelde papiertjes in Aras’ broekzak aangetroffen. Daar blijkt uit dat hij mogelijk in Amerika heeft gewoond. Meer informatie is er niet. De bewoners zeggen hem niet te kennen. Hij sliep wel eens op de bank. Hij woonde er niet. Hij hing er ineens. Tsja.

Vrijdagochtend halen vriendin en ik een slaperige moeder op en rijden naar het crematorium. De uitvaartbegeleiders zijn blij dat ik muziek bij me heb. Ze hadden het er net over gehad, samen, over welke muziek je voor zo’n relatief jong persoon zou moeten kiezen. Geen ‘begrafeniskrakers’. Geen klassiek ook. Maar wat dan wel? We tekenen het condoleanceregister dat straks met de as wordt meegestuurd. Aras’ moeder zal drie namen zien staan. Die van mij. Die van mijn moeder. En die van mijn vriendin. Ik stel me voor dat ze zich af zal vragen wie we zijn en misschien zal denken dat we Aras goed hebben gekend. Ik denk dat ik dat een geruststellende gedachte vind. Zodra het ‘stilte’ lampje aanspringt, betreden we het zaaltje. Anthony zingt ‘Hope there’s someone / who’ll take care of me / when I die’. Als het nummer eindigt, loop ik langs de kist waar we een korenbloem en het ingelijste gedicht op hebben geplaatst en doe waar ik voor gekomen ben. Het prachtige ‘Highwayman’, niet in de versie van de oude countrykanonnen, maar van Arbouretum sluit de korte plechtigheid af.

Erg mooie muziek, vindt de uitvaartleider. Ik ben het met hem eens. De muziek leek echt bij de overledene te passen. Een vreemde gewaarwording. Emotioneel ook. Alsof deze dood niet ‘nodig’ was geweest, constateert mijn vriendin. Halverwege de koffie wordt het ingelijste gedicht terugbezorgd. Mag niet in de oven, tenzij we het glas verwijderen. De uitvaartleider heeft een beter idee. Gedicht en cd zullen condoleanceregister en as naar Litouwen vergezellen. Waarom de ambassade geen moeite heeft gedaan om Aras zélf naar Litouwen te laten vervoeren, blijft de vraag. Hij heeft toch een moeder. Vindt mijn moeder.

Even geen zin in reacties

tunnel

en aan het einde dan wat verstrooid blauwe lucht.
hoewel lucht? er is hier niemand meer die ademt
als dieren doen; roerloos rimpellicht over een flank
bewegende stilte, achteloos in en uit en op en neer.

wie er is, zijn wij; zuchters van rokerslongzwarte,
bruidssluierlange schaduwen (zij ziet geen licht,
zij is de tunnel). vandaag knijpt ze haar hart dicht,
alsof hart een spier is die je om een hals draagt.

in en uit en op en neer; het leven voltrekt zich al
even achteloos zonder ons. roerloos rimpellicht
over een flank. er is hier niemand meer die ademt;
hart is dicht als een tunnel, uitzicht ziekenhuiswit.

Even geen zin in reacties

0: voordat hij er was

voordat hij er was
    werden alle dieren stof
om hem te maken
    at moeder kapoen en wulps
bezweette vader het raam.

de grote eindbaas
    was dood voordat hij er was
(so far the challenge)
    een leegte om te vullen
met zware zwarte gaten.

voordat hij er was
    verlieten zielen de buik
rook zweet naar sperma
    schreef vader de ware naam
van god in stof op het raam.

iedereen had seks
    met de vogels in het veld
voordat hij er was
    nam men het niet nauw
met patrijs, kapoen en wulps.

de vraag werpt zich op
    omdat hij lage health heeft
en die leegte vult
    met zwarte gaten
of jezus daar dan in past.

Proloog van een geflarfte ‘biografie’ in tanka/kyoka-vorm .

Even geen zin in reacties

14.543

ik ruik indrogend angstzweet,
de tabaksvingers van vader.

ik proef wat ik opboer beter
dan de dode dieren die ik eet.

ik voel de bank waarop ik zit
alleen maar als ik ‘bank’ schrijf.

ik zie veertig blije koreanen
huppelend tweeten in full hd.

ik hoor hoe water weerloos licht
breekt in de vijver bij het huis.

ik ben 14.543 days old en poep
haast elke dag. ik los mezelf op
in de onwerkelijkheid der dingen.

Even geen zin in reacties

instructies

meet je passen af, ga terug, pas op, dit dient nauwkeurig,
spring achterwaarts het raam door, vertraag
gedachten tot woorden letters zijn, zie de letters, zie scherven,

denk sneeuw, zeg ‘dit is de sneeuw’, proef, rek het uit, je hebt
tijd, laat desnoods de letters vallen, ze zijn zwaar, ze zijn
zwanger van je naam, hoor maar, iemand roept, een meisje,

een jongen vult je naam hier in want niets is vergeten, niet
je lach, gedempt achter een shawl, niet het kriebelen van wol,
niet de hand in de jouwe, in een want of zonder, niet hoe jij

haar zag of hem, niet hoe je rook die ochtend of later, niet
hoe het blauw, het wit, het blauw boven het wit, zo zacht
onder je rug, zo rustig je lichaam, zo stil, sta op, adem, besta.

Even geen zin in reacties

het begin, het midden en het eind

Een flarf, opgebouwd uit fragmenten van honderden (?) op internet (forums, blogs et cetera) gepubliceerde gedichten.

i. het begin

je kijkt, je hebt geen keuze,
naar een stilleven van vruchtwater.

tussen onrijpe vruchten drijven halve kinderen elk
met een bruin pakje brood voor onderweg.

over blauwe plekken die identiteit verhullen,
over een god die kan zweven, over het smeken van gras,
over dat je van drop zult houden, gaan geruchten.

de dag dat je ouders als spechten in je keel droomt
komt het leven je borst voor borst tegemoet
als de zon en de maan. ook jij zag er lachende gezichtjes in.

ruisend graan rood van klaprozen wil je zijn, lommer
op het dienblad – ontastbaar en zo aanwezig tegelijk
als een zeedier dat het zand omwoelt,
woelen.

ii. het midden

in het leven merk je dingen, zoals
de halve wereld is verdeeld in meerdere helften.
natuurlijk: je mag ontvangen, maar je moet ook
en niemand is zichzelf.

soms word ik ruggelings vacuümgetrokken
langs een glazen busportaal waar grimmig wordt gezwegen.
soms struikel ik over losliggende zinnen
als iedereen me kan bekijken.

verpakt in tere mensenmaskers lik ik lustig lijven
van collega’s op dezelfde afdeling; witte krijgers
zonder schuld. dan voel ik me minder alleen,
is mijn ziel groter dan de pijn.

nee, ik hoef niets te bewijzen, ik voel mijn kracht
stiekem aan me zitten als een geleidehond
die met een wang over mijn neus vaart.
het moment duurde lang.

iii. en het eind

hijgen over vroeger
met schuimende tong uit plastic en paardenhaar
klamp ik me vast aan de frêle kant van de bespiegeling.

ik vraag me af welke input ik nog kan vertrouwen.
dat ik van drop houd? dat de wereld met mijn voeten speelt?
dat mijn lichaam loopt op zuurstof (het zit o.a.
in de motoriek en in de talen) en medicijnen?

het antwoord is wel beloofd (kijk maar op je msn)
maar het licht dat mij bewoont heeft zich verscholen,
op zijn zij. en onterecht, als een olifant

voorover leunend in de tijd, mijn veren niet verheffend
brand ik inferno’s die hitte hebben wanneer de storm welt.

misschien is het niet wat je wilt horen,
maar ik zal je terugvinden in een luchtbel
en je zult ernstig en blij zijn.

(Verschenen in Flarf, Contrabas 2009)