dat hij is geboren uit bloedeloos contact
dat op voorhand al vergeetbaar was,
vergeet hij niet. neemt later zonder mededogen
hetzelve met geweld.
raakt op een vrijdag even aan bestaan, schrikt.
haar lichaam is te warm, veert terug, raaskalt.
spuugt tegen de wind in. jongleert jongens
kopjes zichtbaar boven het korte gras.
verlaat en wordt verlaten. doet weinig moeite,
meer schade. voedt bloedboeren op
tot zeepbel. verstopt scheermessen
als paaseieren in zijn buurt.
eet zelden alleen. zoveel minder nog
met vrienden. draagt wrok als een babylijkje
in een draagzak op zijn rug. zakt zwaar
door rijstpapieren benen. kamt haar tot shag.
neem liters tot zich. koestert een anders
vreemde vrouw, slaat haar ook. pompt maar verzuipt,
heeft geen hartstocht. zegt dingen
die hij niet mag zeggen. spreekt niet in
maar met tongen, vlecht die tot een mand,
legt daarin zijn leven te vondeling. wacht tot zijn daad
onbegrepen blijft. denkt 'velen voor mij'. zegt 'velen achter'.
is zelden als laatste bij het bankje voor de bus.
plast daar warm overheen, dacht ooit
aan dierenarts. at verplicht en veel
orgaanvlees. zakte voor een toets. bracht aardappels
over op een lepel. liep zelden goed zak.
aanvaardt een baan, neemt geen ontslag. droomt nog
dagelijks botsauto's in felle kleuren. ziet koude lucht
op 8 millimeter ontsnappen aan een bleek gezicht.
hoort francoise hardy. verdringt zich
om sluikgehaarde meisjes. verlangt naar chocola
van moeders lippen. staart wezenloos
maar wel in de verte. woog bij geboorte beduidend
minder dan in haar buik.
draait zich om. slaapt met een vuist gebald
als een wapen onder het kussen. duimt soms.