even onder ede

bij zaklamplicht de sporen volgen
van kleine dieren (een rups, een duif
een slang) en samen dronken worden

van tegenstrijdige signalen, wijn en rook,
alles wat achteloos van mond tot mond gaat
op zomeravondadem

       vouw je handen tot een kom
       en zucht; die geur blijft voorgoed
       verdwijnen

nu je verliefd bent
op hoe haar knieën buigen

omdat ze per se pissen wil in gras
waar krekels en sprinkhanen neuken
in het vocht dat tussen haar benen raast

       ingebrand: billen op kuiten in witte sokken

of anders dit: warmte in het donker, zilt
en gewillig

       kijk mama, zonder handen!

knielend met de resten van een liedje
over love nog in haar mond
ben jij

en als zij aanwijst welke kaarsjes
op de hemeltaart je uit moet blazen
opdat deze slaap zwart zal zijn en diep

maar licht genoeg om niet in te verdwalen
als je haar stevig vasthoudt, dan
doe je dat, ja, dat doe je

we zijn er allemaal geweest, we willen allemaal terug,
slaan vreemde lichamen vrijwillig op
in tenten even onder ede

       jij weet, zij weet, wij weten we zijn
       er geweest

dat wordt dus levenslang
laveren tussen schuld en onschuld,
tussen deze en gedroomde tijd,
op zoek naar een verwante
emotie op elk grasveld, twee (4,6)
kinderen aan je linkerhand, je derde
vrouw ter rechterzijde

       pardon mijnheer maar weet u misschien
       waar de toiletten zijn

       die vinden

en achter je richt het gras zich alweer op