zo vluchtig als toen jouw blik op mij,
een jongen met gras tussen zijn tenen,
zie ik oranje tenten op een veld,
vlugge meisjesbenen in de zon
en schoenen als haringen
op de hoeken van de twistermat.
en ergens daarboven vul jij
haast even achteloos een t-shirt
als ik de spinner spinnen laat.
dit is wat ik steeds maar zie
tussen onze tenten op het gras:
je in licht gesponnen lijf,
onaantastbaar nog en stil maar
of het zo was? ik vraag het je
in het huis onder de regen waar ik woon.