Posts met de tag “barbiehuis”

Even geen zin in reacties

West Palm Beach (Berelaf)

Vluchtland

“In jou herken ik vader,”
zet je onbeschaamd de toon

– en ik wens een zandstorm
in de ogen van dit Godgekeurde vluchtland,
waar jouw zichtbare lichaam
zich zo hatelijk volmaakt,
zo schandelijk volgroeid
in een Barbiehuis van vrijheid
heeft opgesloten

“maar stap toch maar in.”

Met benen, zes uur zwaarder dan de middag,
en met een hart dat zes jaar overslaat,
neem ik plaats in je rode convertible.

“Een present van Bruce.”

Interstate 95

De wind waait onherkenbaar door je haren.
Je lippen zijn oranje, voller en brutaal.

Je zult niet altijd tijd voor me hebben,
je bent van iedereen en dus van niemand,
ik moet begrijpen dat en by the way,
daar ligt Cape Canaveral.

Lance? Allang niet meer,
zoveel sterker ben je nu,
hier heeft men geen verleden
en zie ik daar die huizen?

De laatste tornado, of nee,
de voorlaatste zal het zijn geweest,
maar aan de overkant van dat water
is het vele malen erger naar het schijnt.

En ergens achter die zonnebril zit jij.

Goud in honderdvoud
We hebben gezwommen,
de zon is te verdragen en ook op dit zand
blijven we drijven.

Hoe lang hebben wij het water niet gedeeld?

Je kijkt alleen nog maar vooruit, zeg je.
Je houdt hier de muggen in je hand, zeg je.
Het moeras valt droog onder je voeten
en iedere storm brengt wel een regenboog
die eindigt op je huid.

Je hoeft me niet te vertellen
dat het goud daar ook gevonden wordt.
Hoe je bloedwraak pleegt op jezelf.

Voor wie ben jij hier veilig?
Hij ligt nog steeds tussen ons in.
In honderdvoud.

Als vanzelf

Ik duizel zelf van de klap,
van de afdruk van mijn hand
die ineens als een halve waarheid
op je wang staat.

Ik weet niet wie ik heb geslagen,
ik weet niet wie er sloeg,
maar beiden zijn verdwenen.

Je lacht van de schrik, je huilt
herkenning en zoent me op mijn mond.
We zijn weer even oud.

“Je bent lief.
Jij was altijd al liever.
Vandaag ben jij de liefde.”

West Palm Beach

Het strand wordt smaller,
de flats van Florida naderen de zee,
in hotelkamers druipt het rood van de muren.

De wind gaat met ons liggen,
de aarde draait ons weg van de zon.

Hier, in dit verschrikkelijke zand,
begraven wij de handen
die in jouw huid hebben gebrand.

Je voeten voelen kleiner aan,
je buik is onbeschadigd.

Waarom hier, mijn zus, waarom nu?
Je kust mijn vingers en fluistert,
als was het een geheim:
“Niets doet nu nog pijn.”