Posts met de tag “grote thema’s”

Even geen zin in reacties

golfjes tellen

(voor A. 1969-2014 – ride in peace)

de eerste golf is een onbeduidend stipje
aan de horizon van je oneindige bestaan.
je berijdt ‘m met achteloze souplesse;
handjes in de lucht, beste beentje voor,
blik op open raam.

de tweede golf ontneemt je de adem
als een kitelijn om je hals. dromend
vul je kleine voetstappen met zand.
wakend hoest je weke kokkels op.

de derde voert verstekelingen aan
die door je bloedbaan razen. ze zetten
in je lichaam tenten op. je voedt ze
wat je hebt. ze willen meer,
ze willen woekeren.

de vierde golf geeuwt onder water
als een haai. je spartelt en komt boven,
spartelt en komt boven; visgraatvingers
op laagstaand laken.

de vijfde golf is een berg. als je de top redt
mag je weer naar bed.

zes: je schuimbekt als de branding.

de zevende golf is zee.
ze houdt haar adem in,
je doet nog zeven tellen mee.

Even geen zin in reacties

Eenzame uitvaart 31: man in deuropening

in iedere deuropening
stokt het bestaan – je komt
of je gaat, bent nergens.

het is niet als een brug
waar je van uit kunt kijken
naar de belofte van een stad

die schittert in de verte, niet
als de loop waar je jezelf
met een klik in kunt verliezen.

in een deuropening ben je
niets dan onderweg –  je komt
of je gaat, blijven kun je niet.

Mijn moeder slaapt graag uit. Wat dat betreft mag ze zich gelukkig prijzen dat ze niet is toegetreden tot de poule des doods, want een uitvaart ‘via de gemeente’ is per definitie een vroege aangelegenheid. Dit keer vindt de crematie vrijdag om negen uur plaats, meldt de dame van de dienst Bijzondere Hulpverlening. Of ik dan kan. Het is vroeg. Maar ik kan. Of ze iets over de overledene weet. Ze weet iets. Maar niet veel. Aras is gevonden in een pand waar een onbekend aantal mensen – hoogstwaarschijnlijk allen zonder geldige verblijfsstatus – wonen. Zij troffen hem rond kwart voor vijf ‘s ochtends aan, hangend in een deurpost. Een rottijd om te sterven, denk ik meteen. Via de Litouwse ambassade wordt duidelijk dat zijn moeder nog leeft, niet naar Nederland kan komen, maar wel graag de as van haar zoon wil ontvangen. Verder heeft de recherche wat verfrommelde papiertjes in Aras’ broekzak aangetroffen. Daar blijkt uit dat hij mogelijk in Amerika heeft gewoond. Meer informatie is er niet. De bewoners zeggen hem niet te kennen. Hij sliep wel eens op de bank. Hij woonde er niet. Hij hing er ineens. Tsja.

Vrijdagochtend halen vriendin en ik een slaperige moeder op en rijden naar het crematorium. De uitvaartbegeleiders zijn blij dat ik muziek bij me heb. Ze hadden het er net over gehad, samen, over welke muziek je voor zo’n relatief jong persoon zou moeten kiezen. Geen ‘begrafeniskrakers’. Geen klassiek ook. Maar wat dan wel? We tekenen het condoleanceregister dat straks met de as wordt meegestuurd. Aras’ moeder zal drie namen zien staan. Die van mij. Die van mijn moeder. En die van mijn vriendin. Ik stel me voor dat ze zich af zal vragen wie we zijn en misschien zal denken dat we Aras goed hebben gekend. Ik denk dat ik dat een geruststellende gedachte vind. Zodra het ‘stilte’ lampje aanspringt, betreden we het zaaltje. Anthony zingt ‘Hope there’s someone / who’ll take care of me / when I die’. Als het nummer eindigt, loop ik langs de kist waar we een korenbloem en het ingelijste gedicht op hebben geplaatst en doe waar ik voor gekomen ben. Het prachtige ‘Highwayman’, niet in de versie van de oude countrykanonnen, maar van Arbouretum sluit de korte plechtigheid af.

Erg mooie muziek, vindt de uitvaartleider. Ik ben het met hem eens. De muziek leek echt bij de overledene te passen. Een vreemde gewaarwording. Emotioneel ook. Alsof deze dood niet ‘nodig’ was geweest, constateert mijn vriendin. Halverwege de koffie wordt het ingelijste gedicht terugbezorgd. Mag niet in de oven, tenzij we het glas verwijderen. De uitvaartleider heeft een beter idee. Gedicht en cd zullen condoleanceregister en as naar Litouwen vergezellen. Waarom de ambassade geen moeite heeft gedaan om Aras zélf naar Litouwen te laten vervoeren, blijft de vraag. Hij heeft toch een moeder. Vindt mijn moeder.

Even geen zin in reacties

tunnel

en aan het einde dan wat verstrooid blauwe lucht.
hoewel lucht? er is hier niemand meer die ademt
als dieren doen; roerloos rimpellicht over een flank
bewegende stilte, achteloos in en uit en op en neer.

wie er is, zijn wij; zuchters van rokerslongzwarte,
bruidssluierlange schaduwen (zij ziet geen licht,
zij is de tunnel). vandaag knijpt ze haar hart dicht,
alsof hart een spier is die je om een hals draagt.

in en uit en op en neer; het leven voltrekt zich al
even achteloos zonder ons. roerloos rimpellicht
over een flank. er is hier niemand meer die ademt;
hart is dicht als een tunnel, uitzicht ziekenhuiswit.

Even geen zin in reacties

nice out

it’s too nice out
to write that poem today;
clouds are doing sheep,

sheep are doing clouds
and everything conspires
in favor of all.

it’s too nice out
to write that poem today;
there’s damp grass to lie in,

I lie in damp grass
and that which is quiet
is still with me.

talking is tough
and I have little to say,
I breathe in the good stuff,

purge shadows away;
it’s too goddamn nice out
to write that poem today.

Even geen zin in reacties

bij twijfel zachtjes schudden

Voor Henk van Zuiden, dichter met ei

eerste scenario: je valt in je slaap
de sterren tegemoet – sommige knipogen
op het ritme van je hart, andere vertragen

je val (tweede scenario) varieert. soms sta je
op met natte wangen, soms blijf je liggen.
dan schudden we je zachtjes
als een ei bij twijfel.

in het derde scenario verdwaal je tussen
je laatste gedicht en het kussen. je hoofd
eivol, je wangen nat van de zijne.

laatste scenario: geel gezicht op wit, je valt
als een ei, maar breekt niet. als je opstaat
vraag je waar je bent. het zuiden van
de vogels tegemoet, zegt hij.

kamer met raam

je verwacht een ander wit, van stijf geslagen
eieren wellicht; een waardig wit, opgeklopt
door vaardige handen – en die daaronder,
kalm en warm en klaar.

buiten vriest het licht, je zit waar het kraakt
en staart naar adem op raam; wonderlijk toch
hoe een kamer zich met wachten vult,
wonderlijk maar waar.

steeds als je slaapt, droom je met open mond
van sneeuw. steeds als je waakt, zie je hoe traag
de druppels in haar vallen. je kunt er uren
naar kijken. je kijkt er uren naar.

Even geen zin in reacties

Eenzame uitvaart nummer 26, Den Haag

I.M. Rashid Nehma Al-Mammoud, geboren in Basra, Irak (1959). Op 29 maart 2010 werd zijn stoffelijk overschot in zijn woning aangetroffen. De heer Al-Mammoud is op donderdag 6 april om 09:30 uur begraven op Oud Eik & Duinen. Dichter van dienst: Erwin Vogelezang.

mawwâl

er zijn woorden die aan dit gedicht voorafgaan
als zand voor wind, moeder voor kind, de bolling
van een gewaad waar het lichaam begint.

er is een leven dat aan deze dood voorafgaat,
een flessenhalsgroene fluistering, een oog
dat opent in de nacht; yā aīn, yā lail.

er zijn de sterren die u achterliet, ze bleven
voor wie handen in onschuld of olie wast
zijn ze gebleven – en niets wat u deed
was hen vreemd.

“Succes met schrijven”, besluit de e-mail van Eenzame Uitvaart coördinator Henk van Zuiden. Zo eindigen zijn e-mails wel vaker, maar dit keer gaat er helaas weinig bruikbare informatie aan vooraf. Wat er van ‘mijn’ eenzaam overledene bekend is, bestrijkt nog geen drie regels, waarvan er één wordt ingenomen door zijn volledige naam en nog eens een halve door de mededeling dat hij op 29 maart door de politie in zijn woning werd aangetroffen.

Telefonisch overleg met de gemeente leidt nauwelijks tot nieuwe inzichten. Wel bleek Rashid bijzonder dood te zijn; zo dood dat zelfs de geharde politieagenten zich er maar met moeite toe konden zetten om de woning (verwaarloosd, veel flessen) te betreden. En zoals zo vaak in dergelijke gevallen, zijn het de buren die de politie hebben ingeseind. Nee, niet daarom, maar omdat de brievenbus zo vol zat; iets dat uiteindelijk vooral te wijten blijkt aan een eind 2009 door energiebedrijf Eneco toegestuurde chocoladeletter. Maar verder? Rashid, die sinds 1995 in Nederland zou verblijven, had hier evengoed nooit aangekomen kunnen zijn.

Dus wat te schrijven? En welke muziek? Uiteindelijk stuit ik, na een vruchteloos gesprek met een vriendelijke dame van een Irakese culturele organisatie, via iTunes op een desolate mawwâl, waarvan ik de traditionele openingswoorden (yā aīn, yā lail : oh, oog, oh, nacht) leen en dat de begrafenisceremonie opent. Mijn vriendin, Henk en ik luisteren naar de muziek die door de achter een gordijn verscholen uitvaartleider wordt opgezet. Voor de rijen lege stoelen ligt Rashid in een kist waar we wat blauwe druifjes op hebben neergelegd. Ze liggen er even eenzaam bij als de muziek klinkt. “Ik hoop dat hij nu naar huis kan”, zegt mijn vriendin als we na de keurige ceremonie weer in de lentezon staan. Henk en ik knikken.

Even geen zin in reacties

something religious

a lot of it was just teenage bravado:
we gave her food, she took her clothes off.
we put a cable to her mouth, she bled
from every hole like it was something religious.

still, people have to be quiet until they are.
see paragraph 12: you have to make adjustments
to your perceptions – i’ve been stealing my mum’s
lately and they are so warm and comfy to cart around.

we gave her food and she bled, to put it kindly,
flawed. it was something religious; the diversity
of holes made playing unforgettable when firing
flat-shooting loads at typical defensive instances.

when Tallulah was put down, a truculent storm
raged for hours. a lot of it was just teenage bravado:
like pashmina-type wraps, the cover of moral certainty
comes in many flavors, you make adjustments

via a drip, but there doesn’t appear to be a point
of impact. it was something religious: we all know
what happened, but answers can not substitute
for that encounter – it’s basically a feel good thing.

Even geen zin in reacties

geaardheid beïnvloedt niet direct de frequentie van deze kankers

een konijntje huppelt de struiken in en Fakir heeft de hik.
meer goed nieuws: de oude wijze Sprookjesboom onthult
vandaag The Secret! The Secret wordt onthuld!

hij begint te praten: ‘hardly 40 kms more and you arrive in Kanker
(Kaan-kair), a safe haven waar je kinderen kan knuffelen
en door het weinige haar de hoofdhuid ziet.’

dit is ontmoeting hè, daar is zomaar een ander. hij zit niet alleen
in een reageerbuis tot er plotseling iets gebeurt; hij wordt
bestraald met gedachten, met uitingen van verkropte emoties

die op dezelfde frequentie aantrekken: ‘als ik met mijn vriend
aan het knuffelen ben denk ik eraan om hem dood te maken
en hoe hij dan zou kijken. dan pak ik een sok van de grond

en wind die zachtjes om zijn nek.’ of: ‘hoera, ik heb kanker,
weet ik eindelijk waar die rotpijn vandaan komt en dat het
vanzelf overgaat’ – de lichaamscellen bereiden zich voor

in je lies, je buik, je schouder, je knie, je longen en het hart.
als er veel animo voor een bepaalde kankersoort bestaat,
maakt Sprookjesboom daar een nieuw forum voor aan.

Even geen zin in reacties

de dood van de poëzie (Willem Bongers)

Hoort u hoe die enorme kinderen gillen en gillen
als ze de eeuwigheid binnentreden?

Commercieel blijkt het een tekenfilm,
de taal die, echter altijd ontdaan van zijn belang,
gelogenstraft door nieuwe eigen dynamiek,

Of nog anders uitgedrukt:
de taal ontzenuwd, van haar betekenis ontdaan
men geeft en geeft en wordt niet eens meer weerlegd,

maar steeds weer blijken deze te kunnen worden gereanimeerd
er is immers niets zo stereotiep als de Grote Thema’s, en het spreken

Of nog anders uitgedrukt:
op één van de Neruda-posters in de winkel staat een vrolijke tekening
van de nieuwe situatie:

de leugen van een dynamica die nooit meer wordt weerlegd