Posts met de tag “kanker”

Even geen zin in reacties

golfjes tellen

(voor A. 1969-2014 – ride in peace)

de eerste golf is een onbeduidend stipje
aan de horizon van je oneindige bestaan.
je berijdt ‘m met achteloze souplesse;
handjes in de lucht, beste beentje voor,
blik op open raam.

de tweede golf ontneemt je de adem
als een kitelijn om je hals. dromend
vul je kleine voetstappen met zand.
wakend hoest je weke kokkels op.

de derde voert verstekelingen aan
die door je bloedbaan razen. ze zetten
in je lichaam tenten op. je voedt ze
wat je hebt. ze willen meer,
ze willen woekeren.

de vierde golf geeuwt onder water
als een haai. je spartelt en komt boven,
spartelt en komt boven; visgraatvingers
op laagstaand laken.

de vijfde golf is een berg. als je de top redt
mag je weer naar bed.

zes: je schuimbekt als de branding.

de zevende golf is zee.
ze houdt haar adem in,
je doet nog zeven tellen mee.

Even geen zin in reacties

nice out

it’s too nice out
to write that poem today;
clouds are doing sheep,

sheep are doing clouds
and everything conspires
in favor of all.

it’s too nice out
to write that poem today;
there’s damp grass to lie in,

I lie in damp grass
and that which is quiet
is still with me.

talking is tough
and I have little to say,
I breathe in the good stuff,

purge shadows away;
it’s too goddamn nice out
to write that poem today.

Even geen zin in reacties

bad light, public places

it just may have spread slowly through the limbic system,
on a lonely road, and traveling, traveling, traveling, traveling
either/or posthumanously ostracized by austere acronyms,
including the H2O, joined at the hip (a tribal style belly dance
beyond terror and martyrdom) to the surf culture, suddenly

plugged into this massive world of women who love crafting
a corporate social media strategy for breast cancer, a discharge
from either or both your nipples, streaked with blood, but should
dry up and disappear in Jesus Mighty. if you manage to stay still
in a clock-wise direction: afterimage optical illusion animation.

meanwhile, at the GodlikeProductions Conspiracy Forum, word
is out: ‘to awaken our search for’ is either calling out to your elfin
skin or a dirty nappy – a subject as worthy of devoted veneration
as awkward sober armature sex. beyond terror and martyrdom:
bad lighting in public places increases the risk of breast cancer.

Even geen zin in reacties

stilleven met pielemoos

gestaag valt je borst in. zo lig je
steeds vaker naast een oude vrouw:
borstvrij, daarover dus geen zorgen.

op sommige dagen dek je haar
loze holtes met een handpalm af,
smokkelt met de bolling en streelt
een herinnering wakker.

maar wat verder slaapt, het slaapt:
pielemoos rust op een bedje van stro
tussen je benen. je dekt hem
teder toe.

dit is wat je droomt: schapen jagen
de wolken op. en dat niemand
weet waarom, ook jij niet.

Even geen zin in reacties

geaardheid beïnvloedt niet direct de frequentie van deze kankers

een konijntje huppelt de struiken in en Fakir heeft de hik.
meer goed nieuws: de oude wijze Sprookjesboom onthult
vandaag The Secret! The Secret wordt onthuld!

hij begint te praten: ‘hardly 40 kms more and you arrive in Kanker
(Kaan-kair), a safe haven waar je kinderen kan knuffelen
en door het weinige haar de hoofdhuid ziet.’

dit is ontmoeting hè, daar is zomaar een ander. hij zit niet alleen
in een reageerbuis tot er plotseling iets gebeurt; hij wordt
bestraald met gedachten, met uitingen van verkropte emoties

die op dezelfde frequentie aantrekken: ‘als ik met mijn vriend
aan het knuffelen ben denk ik eraan om hem dood te maken
en hoe hij dan zou kijken. dan pak ik een sok van de grond

en wind die zachtjes om zijn nek.’ of: ‘hoera, ik heb kanker,
weet ik eindelijk waar die rotpijn vandaan komt en dat het
vanzelf overgaat’ – de lichaamscellen bereiden zich voor

in je lies, je buik, je schouder, je knie, je longen en het hart.
als er veel animo voor een bepaalde kankersoort bestaat,
maakt Sprookjesboom daar een nieuw forum voor aan.

Even geen zin in reacties

en of het goed was, zag hij niet

hier liet ik na haar dood mijn moeder wonen; in de balzaal op aarde
worden de meeste zaadcellen opgesloten. een paar redden het
en klimmen bovenin; eenzame cowboys die om aandacht schreeuwen
en daarom vergeten de achterdeur te sluiten.

er was eens een sprookjesverteller en die ging dood; dat eenzaam klootzakje
betekent het einde van leven op aarde. zo raakte zij verslaafd
aan de alcohol – ‘K zit bie Maria Dat is jao mooi Hotsik Kaboutertje –
is een heel veel voorkomende emotie na de dood van een dierbare
en een broodje tartaar een olijk walsje met draaiorgelintro.

u begrijpt: steeds terugkerende motieven zijn seksualiteit, verrotting,
persverse gedachten over dieren en mag ik a.u.b. zelf uitmaken
wanneer ik me oud en eenzaam voel en wil sterven?

ook Harry Potter – hallo ik voel telkens de dood en dan weer niet
kan je dat ook hebben in Dordrecht en ik ga naar school
en ik ben een jongen 😛 – wordt eenzaam en volwassen.

moet ik hem nu uitleggen dat zijn moeder kanker heeft
en in haar kleien hutje ligt te creperen?
ik loop weg om de ijsjes af te rekenen.

(Verschenen in Flarf, Contrabas 2009)

Even geen zin in reacties

notitie

je denkt aan dode mensen, leest hun brieven,
volgt de letters met je vinger. vreemd en sierlijk;
de kalligrafie van de dood.

als meisjes van nu straks sterven
ondertekenen zij hun laatste kaart
met :(-tjes op de i en xxx-jes.

zwaai je haar uit alsof ze op vakantie gaat,
op weg is? grap je: ‘we gaan op reis meis,
maar wat nemen we mee?’

en vind je later wat zij achterlaat?
kaarten in haar tas, toegestane roodstand,
schaamstreep op matras.

‘ze hield van tulpen, schelpenspiegels, de liefde,
en bezoek. ze leed aan ludduvuddu,
leggings en lymfeklierkanker.’

het is genoteerd.

 

Even geen zin in reacties

Humpaman

De nieuwe avonturen van Humpaman

I. Waarom Humpaman God is en jij niet

En uit vuur, uit as en water, Humpaman.
En uit groet, uit kus en later, Humpaman.
En uit de vierkwartsmaat. En uit de vijftienvierdemaat, Humpaman.
En uit het geluid van een wegstervende trombone, Humpaman, Humpaman.

En uit de collectieve kelen van een kikkerkoor,
uit boeren die moerassen noodgedwongen laten.
En uit het dagboek van een kind dat kanker heeft,
uit de dood.

Het moet wel poëzie blijven,
ritme of geen ritme.

Humpaman, omdat het staat geschreven, Humpaman, de profetie.
Humpaman, uit de kut van Van het Reve, Humpaman, de blasfemie.

Humpa, Humpa, Humpaman!

II. Humpaman wil uit vissen maar krijgt al op regel 1 te maken met een troskomkommer

Godverdomme. Zit er een troskomkommer
in de aars van Humpaman. Goed voor een glas
teler* maar niet leuk voor Humpaman.

Humpaman wilde gaan vissen op bokking,
kinderlijkjes en klompvoeten
maar daar komt zo natuurlijk weinig van.

Gaat Humpaman eindelijk eens vissen,
roeibootje gehuurd met bijpassende peddel
zijn vrouw volledig stilgemept, krijg je dit.

Een troskomkommer in zijn aars? Kom nou,
Humpaman heeft niks met glasteelt, sukkel.

* Rijk Zwaan waarschuwt telers tegen een dreigend ‘waterstokimago’ van de Nederlandse komkommer. Een grotere variëteit en teelttechniek moeten dat voorkomen. Dat bleek afgelopen woensdag op een bijeenkomst van het Zaadhuis in Nieuwegein. De komkommerteelt raakt steeds verder achterop bij de andere grote glasgroententeelten in Nederland. Zaadhuis Rijk Zwaan in De Lier (ZH) werkt daarom aan een tros- en een snackkomkommer. (Oogst, maart 2004)

III. Hoe alles altijd is terug te voeren op kiezels en lucht

Vandaag doet Humpaman aan introspectie en koken,
kneedt eerst een knapperige pizzabodem
tot gort en plaatst die op zijn hoofd.

Gort en hoofd gaan straks gebroederlijk de oven in
die toen het gas werd afgesloten
ongemerkt op hete lucht is overgeschakeld.

Zo, dat vindt Humpaman genoeg introspectie voor een dag
en aan koken heeft hij ook een hekel.
Kiezels lust hij daarentegen niet rauw.

Het is, kortom, alweer een kwestie van hete lucht
of niet.

IV. Waarin Humpaman een snor laat groeien

Het kostte Humpaman jaren om er een te pakken te krijgen.
Menig vriendschap is erdoor kapot gegaan.
Daar baalt hij niet van.

Humpaman mag graag aan zijn puntjes draaien.
Soms buigt hij ze omhoog
en kijkt de snor blij.

Vandaag spreekt Humpaman hem
moed in totdat hij zich beter voelt.

De snor staat in zijn pot.
De pot staat naast zijn bed.
Met kerst hangt Humpaman er ballen in.

V. Licht versus Humpaman

Licht. Humpaman heeft er niks mee. Het is opdringerig en gaat
overal op zitten. Humpaman hoeft de gordijnen maar open te doen
of het komt al binnen.

Tegenlicht, licht waardoor Humpaman de vrouw
van het belspel niet kan zien, licht dat enge dingen doet
tussen vijf en kwart voor tien.

Zeiksubstantie. Pislicht. Licht dat Humpaman met zijn ogen doet knijpen.
Strijklicht om door iemands haar te spelen
die er toch niet is.

Wat een geouwehoer.

VI. Humpaman oefent een dialoog met de spiegel zonder de letter ‘e’ maar mét alliteratie

namapmuH ollaH
namapmuH ollaH

VII. Het lek boven

Ligt Humpaman net lekker
onder zijn opplaksterren stroomt
het water langs de muren.

Even houdt het stil aan zijn lippen
en aarzelt. Dan hijst Humpaman
de witspuugvlag.

(Het bestaan van Humpaman is hermetisch.
Erbuiten is niets dan lek.)

Pssst, doven de sterren
in kringen om hem heen, pssst,
alsof ze hem geheimen influisteren.

Humpaman maakt met gemak
de grootste kring, even achteloos
als een weggegooide steen dat doet.

VIII. Humpaman koopt eitje en steekt zijn tong uit

Het is waar dat zijn laatste pijpje
niet wilde breken tegen de zijkant.

Dat eitje niet groot
en barsten vertoont.

Dat eitje naar oude mensen
die in eitje eitjes bakten
ruikt ook.

Humpaman past zich aan,
trekt er morgenvroeg op uit
en wordt zijn eigen karavaan.

IX. Kiezen met Humpaman

We beginnen bij de bron van alle kwaad. Dit is een
meerkeuzekeuze. U kiest tussen haptonomie
en wezens zonder enig besef van nomos.

Voorbeelden worden niet gegeven. Humpaman doet niet
aan stemmingmakerij, noemt geen namen van vrouwen
die andere vrouwen, puur uit onwil

niet van kanker genezen. Nee, Humpaman is objectief
en wijst niet op beloften die in het donker opkrulden
als rook, hangen bleven als een sterrennevel hem omhulden

als haar lichaam, een laken, een verdwaalde haar
die zich om zijn eikel wond en waarvan hij uit piëteit
niets zei, hoewel het zeer deed, zeker, laat hij de keuze
aan u.

X. Waarin Humpaman oud nieuws bespreekt

Humpaman is best bereid om zomaar wat te sterven
aan iets als kanker, aids, de builenpest, een smeuïge
cyste in zijn teelbal.

Een kernachtige apocalyps? In zijn leunstoel
voor het grote raam, akkoord. Hij mag graag naar
buiten kijken als er iets gebeurt.

Maar vogelgriep?

Humpaman heeft van een vogel gedroomd.

De vogel had een snavel
om zwarte gaten mee te maken
in de blauwe lucht.

Er sprongen houten lammeren uit
die zeventalig zongen.

Humpaman begreep er geen flikker van!

En toch: het is zijn favoriete droom.
Hij zou er met liefde over opscheppen.

XI. Plop

Armzalige dag vandaag heeft Humpaman
zichzelf desondanks opgepakt,
ondersteboven gehouden leeggeschud
als pedaalzak boven biobak.

(Plop doet de lever
and the liver does plop)

Vervolgens volvet onder douche gestapt,
korstjes voorzichtig van zijn huid gekrabd.
Tuinbroek aangesjord, bellen omgehangen,
op de bank naar Kwebbel gaan verlangen.

Fijne avond, Humpaman!

XII. Humpaman vond

het heel zielig van Reve.
Hij kon niet naar de begrafenis.
Hij had het druk. Hij had lange
brieven aan Verdonk te schrijven.
Hij wilde dat meisje wel adopteren,
mits ze niet ontzettend stonk; nee,
van stinkende meisjes houdt hij niet.
Daar kan Humpaman dus niets voor doen.

XIII.

Humpaman neemt zich voor een wonder te beschrijven,
en wel in dit gedicht. Ga maar na: de dood? Uitputtend
behandeld, klaar en – frankly – een hele zorg minder.
Voor liefde is Humpaman genetisch ongeschikt.
Voor vlees gaat hij naar de slager.
Voor brood naar de Turk.

Zo vertelt Humpaman het aan een man
in het trappenhuis: ik ga een wonder beschrijven.
Hij herhaalt zich, niet voor de zekerheid,
maar voor de annalen.

Over het wonder in kwestie doet Humpaman
geen uitlatingen. Aandringen heeft geen zin.
Als hij het wonder ziet zal hij dat zeggen
tegen de man in het trappenhuis.
Zo hoort dat.

XIV.

Haar discreet over huid verspreid.
Toverballen in de wangen en met drie
kleurenvulpotlood in de aanslag
het leven opgezocht.

Je moet ergens beginnen, weet Humpaman,
te beginnen bij de overkant van de flat.

Links, links, links.
Geen wonder te bekennen.
Humpaman steekt over met zijn handen in de lucht.

XV. De paden op, de tuinen in

Voorwaar! De hangende tuinen van Babylon
zijn naast het spoor geland. Op de Schenkstrook
schenken bijna doden leven.

Humpaman heeft ze wel gezien, de mensen
verbouwen houten huisjes. Minimausoleums
om te oefenen en tuinbonen in op te slaan.

Humpaman is behept met een krachtige straal
en kan heel aardig mikken. Vanaf het dakje
pist hij zomaar vier kabouters omver.

Maar dan!

Kuiltje maken. Zaadje in. Gietertje erboven.
En voor je het weet heeft Humpaman
toch maar mooi een tomaat in handen.

Wonderlijk: sinds moeder stierf
hoort hij de vogels beter.

XVI. Holy ghost in the machine

Brengt de avond met Keller
Geister, kaasstokbrood en Atari
calculator door.

LOL+LOL=HIHI

Humpaman noteert: fuck de Kabbala.

Even geen zin in reacties

van een man in de nacht voor een raam

kijkt door een raam, ziet zwart, een uitgelopen restje
blauw. bedenkt een troebele melkweg of dat een open
gesneden rokerslong niet leeg is, maar met niets is
gevuld, dat wat het iets omvat, het tussen de tanden

neemt, door elkaar schudt, opnieuw ordent, terug
brengt tot de kern: cel in een membraan. een man
in een kamer voor een raam drukt zijn vingertoppen
tegen het glas, wil naar buiten, wil buiten woekeren.

komt in opstand tegen het niets, vervloekt de belofte
van iets. van lucht, een ziel, een kans, een opening,
een doorgang naar elders of eerder, een wormgat door
de tijd, zoals hij zich zijn vader herinnert, zomaar

weet dat het onvermijdelijk wordt om bretels te kopen.
houdt zijn broek op, heeft plotseling met twee handen
iets te doen. blijft vannacht nog, blijft voor het raam.

Even geen zin in reacties

Een kleine vertelling (Geveejes)

Ik?

Ik heb kanker.
Ik lig hier al weken.
En ik word goed verzorgd.
Door vrouwen.

Vrouwen die ik zonder nooit zou hebben leren kennen.
Vrouwen gekleed in het wit.
Als bruidjes.
Verzorgend, bezorgd, maar ook doortastend.

Ik koester mijn kanker.
Ik lig hier goed.
Ik word volledig gecompenseerd.

Regelmatig wordt het in mijn buik betast.
Zachte handen.
Waarbij een stem.
‘Doet het pijn?’
Alsof er gevraagd wordt: ‘Nog een keer?’

Nee, er is niks mis mee.
Met een beetje kanker hebben zo op het laatst.
Dat zei m’n buurman ook.
Gisteren.
Vanmorgen mocht hij naar huis.

Ik heb geen vrouw.
Hij wilde eigenlijk ook niet.
Mijn buurman.
“Zuurtaart” dat zei hij.
Nu is hij weg.
Vrouwledig ondergedompeld.

Mijn piemel lange tijd al niet meer gezien.
Of aangeraakt.
Een berg ligt er voor.
Een berg van pijn zeg maar.
Alleen nog om te worden gewassen ligt ie daar.
Die piemel.
Door de witbruidjes.

Plassen doe ik uit mijn linkerheup tegenwoordig.
Tenminste in zoverre ik dat kan inschatten.
Regelmatig wordt daar wat gerommeld.
Door de zachte handen.
Aan mijn darmblaasje, van plastic.

Vanmiddag krijg ik nieuw gezelschap.
Zo is me beloofd.
Met hetzelfde.
Kunnen we het erover hebben.
Zo glimlachte het uit het wit.
Een meetlint zou dan wel handig zijn.
Zo dacht ik nog.
Dan kunnen we meten.
Meten wie de grootste heeft.
Ik vertrouw erop dat mijn berg het zal winnen.

Ik lig pal voor het raam.
Mocht opschuiven.
Nadat mijn voor vorige buurman plots weg was.
s’ Nachts.
En terwijl ik sliep.

Zomer, behoorlijk zomer daarbuiten.
Bruin steekt binnen af tegen wit.
Mijn onthaarde huid zou ook wel wat…
Later, later.
Eerst de nieuwe aanbieding doorwerken.
Het nieuwste van nieuwste.
Zo zei de specialist.
En of ik dat wel wilde.
Natuurlijk wilde ik dat.
De vorige had ik toch ook gedaan.

De witmeisjes waren vanaf het begin lieftallig.
Als ik het vroeg hielden ze me een spiegel voor.
Nu weet ik het wel.
Alleen mijn schaamhaar…
Maar ik durfde er niet naar vragen.

Dat ik niet meer lekker kan eten.
Dat is wel jammer.
Met veel glimlach op wit zetten ze het voor me neer.
Maar de berg protesteerde direct met pijn.
Werd ik door een van mijn vrouwen gevoerd.

Via een sonde krijg ik nu bijvoeding.
Wel grappig, voedsel van plastic naar plastic.
Ik daar nog even tussen.
Als een oorzakelijk verband.

Gek eigenlijk.
Nooit zo gehouden van bloemen.
Er nooit op gelet ook.
Maar nu hier.
Voor het raam liggend.
Zou ik ze willen plukken.
Hun geur van horen zeggen willen opsnuiven.

Deze nieuwe zegt niet veel.
Gisteren binnengebracht.
Door zijn vrouw.
De geschiedenis zal zich toch niet herhalen.
Veel stilte.
Maar de woorden zullen wel komen.

Dat ik het hier naar mijn zin heb.
Dat is wel lekker.
Alleen ik slaap zo veel.
Soms word ik wakker zonder benul.
Moet ik alles in het plafond nagaan.
En dan nog met moeite.

Het bed van mijn jeugd.
Daar word ik de laatste tijd vaak op wakker.
Mijn moeder die aan m’n schouders schudt.
‘Wakker worden wakker worden’.
‘Tijd voor uw medicijnen’.

En dan weet ik het weer.

Die nieuwe zegt wel bijzonder weinig.
Hij zal toch wel kunnen praten.
Hé, probeer ik, hé.
Geen reactie.
Meewarig ligt hij me aan te kijken.
Doofstom, vast doofstom.
Ik hoop dat ie gauw met z’n vrouw mee naar huis mag.
Dit is toch geen leven zo.

Liever, ze worden liever en liever.
Mijn vrouwen.
Wel praten ze almaar harder.
Mijn buurman is doof hoor.
Mompel ik dan.
Maar ze schijnen het niet te verstaan.
Wat zegt u, gillen ze bijna.
Alsof ze het tegen de buurman moeten hebben.

Slaap, verdorie wat een slaap.
Concentreren, wakker blijven.

Zei die buurman nu maar eens wat.
Of mijn vader, tegen mijn moeder.

Die stilte hier.

Door een plastic slangetje stroomt het.
Net een navelstreng.

Toe pap, zeg nu eens wat tegen haar.
Het liefst iets liefs.

Die bloemen.

Slaap, slaap.
Steeds vaker.

Zomaar iets heel liefs.

Een vers zakje diner.
Zachte handen voor een glimlach.
Witlof met ham? Biefstuk? Een soepje vooraf?
De lieverds.

Mag ik nu bij het raam?

De doofstomme!

Mag ik nu bij het raam.
Dat vroeg ie.
Toen ik al een flink eind op weg was.
Naar die andere kamer.

Andere kamer?

Lekker alleen.
Dat zei ze, het witbruidje.

Kunt u rustig slapen, ook dat zei ze.

Weer die zachte handen.
In de buurt van de berg.
Even legen.
Woorden vol glimlach.

Ook al wit.
Deze andere kamer.

Zou het daar ook wit zijn?

Een doorgeefluik.
Van het ene zakje naar het andere.
Functioneel.
Een tussenblaasje met huid zonder haar.

En is er wel zoveel plaats?
Misschien zijn de zieltjes dun.
Zo flinter dat ze geen plaats nemen.
Tot in de eeuwigheid kan het dan doorgaan.
Dat opnemen.

Slapen?

Maar ik wil helemaal niet…

Weg was ze alweer.

En waarom de gordijnen dicht?

Slapen.
Ik moet natuurlijk slapen.
En dan morgen weer die zachte handen.
Slapen slapen.
Naar handen.
Naar slapende handen zo… Zo zacht.