Posts met de tag “licht”

Even geen zin in reacties

14.543

ik ruik indrogend angstzweet,
de tabaksvingers van vader.

ik proef wat ik opboer beter
dan de dode dieren die ik eet.

ik voel de bank waarop ik zit
alleen maar als ik ‘bank’ schrijf.

ik zie veertig blije koreanen
huppelend tweeten in full hd.

ik hoor hoe water weerloos licht
breekt in de vijver bij het huis.

ik ben 14.543 days old en poep
haast elke dag. ik los mezelf op
in de onwerkelijkheid der dingen.

Even geen zin in reacties

the astronaut’s room

the last astronaut fills his suit
case with memories, sits on it
to keep it from floating away
and waits.

outside,
darkness drips from branches
in ropes thick enough to hang
his childhood swing from.

inside, light buzzes like flies,
fills every crease and shadow
until there’s no room left
to hide.

his room
is neither empty nor full, it is
space to do with as he pleases.
it pleases him to wait.

Even geen zin in reacties

gratis blauwdruk voor bovengemiddeld vrij vers

wat doe ons niet? dat kat. op kants in zonnetje – droplicht eerste
vol jaar tinctuur. open wond is voorwerp zin voorstaand, let, net
op het randje, valt dan beetje stroperig af, kletserig, tanig talend.

niet doe we; zwoel torren, dekbed met supplement. voortbestaan
onderwerp is mens is open wond op randje – let! – katwicht even
zoek licht is, taalt de nacht tanig verhaal. denken: supplement kan.

droplicht met ‘o’ van open raam, van ons. hierop voorstaan in zin
onderwerp op wondkant, evenals mens in verhaal net ons niet zo
talige nacht in. supplement: kletserig dekbed, beetje stroperig af

vallend open wond op kants zonnetje (droplicht tinctuur), kan nu
of moet, maar morgen. als in: voorwerp zin voorstaand op randje
taal in ons tanend nachtverhaal. let kant even licht zoek? dan net.

Even geen zin in reacties

1. hoe de dichter slaapt

de dichter slaapt van links naar rechts
onder het boetekleed van de wetenschap
dat het hart uitdooft tot waar licht was
in het lichaam nog slechts schaduw is.

alsof hij onder zijn waarheid gebukt gaat
slaapt de dichter: benen sprinkhaansgewijs
gevouwen, hoofd vol rondzingend bloed,
het hart in de rol van autistisch dirigent.

onder een oude boekenlegger van schuld
omdat niets wat hij schreef voldoende beet
en omdat wat beet niet te beschrijven bleek
slaapt de dichter met schavend open wond.

en u? misschien zocht u zin en vond u niet
meer dan deze: ik droom van broze meisjes
en een ronde kinderzon. het spijt me, het
spijmehetspijtmehtspitjmehetps[[[[[[[[[[

hengstencalculator

liggend in het stro
denkt het paard aan neuken
in de wei met het houten hek – het knappen
van klaver tussen appelbomen

hoefhoog gras, een mondvol veldbloemen
en zouden er schapen hebben gestaan,
ze stonden hier.

hoe het was om geil te zijn,
het aanzwellende gonzen van bloed het licht
in golfjes over zijn flanken:

toontredende stapcorrectheid,
gemiddelde schouderligging, strak
verloop van lendenen, roze kut
handen op zijn kont.

afdampen, mooie mist onthouden
voor later, voor als hij in het stro wil liggen.

Even geen zin in reacties

Humpaman

De nieuwe avonturen van Humpaman

I. Waarom Humpaman God is en jij niet

En uit vuur, uit as en water, Humpaman.
En uit groet, uit kus en later, Humpaman.
En uit de vierkwartsmaat. En uit de vijftienvierdemaat, Humpaman.
En uit het geluid van een wegstervende trombone, Humpaman, Humpaman.

En uit de collectieve kelen van een kikkerkoor,
uit boeren die moerassen noodgedwongen laten.
En uit het dagboek van een kind dat kanker heeft,
uit de dood.

Het moet wel poëzie blijven,
ritme of geen ritme.

Humpaman, omdat het staat geschreven, Humpaman, de profetie.
Humpaman, uit de kut van Van het Reve, Humpaman, de blasfemie.

Humpa, Humpa, Humpaman!

II. Humpaman wil uit vissen maar krijgt al op regel 1 te maken met een troskomkommer

Godverdomme. Zit er een troskomkommer
in de aars van Humpaman. Goed voor een glas
teler* maar niet leuk voor Humpaman.

Humpaman wilde gaan vissen op bokking,
kinderlijkjes en klompvoeten
maar daar komt zo natuurlijk weinig van.

Gaat Humpaman eindelijk eens vissen,
roeibootje gehuurd met bijpassende peddel
zijn vrouw volledig stilgemept, krijg je dit.

Een troskomkommer in zijn aars? Kom nou,
Humpaman heeft niks met glasteelt, sukkel.

* Rijk Zwaan waarschuwt telers tegen een dreigend ‘waterstokimago’ van de Nederlandse komkommer. Een grotere variëteit en teelttechniek moeten dat voorkomen. Dat bleek afgelopen woensdag op een bijeenkomst van het Zaadhuis in Nieuwegein. De komkommerteelt raakt steeds verder achterop bij de andere grote glasgroententeelten in Nederland. Zaadhuis Rijk Zwaan in De Lier (ZH) werkt daarom aan een tros- en een snackkomkommer. (Oogst, maart 2004)

III. Hoe alles altijd is terug te voeren op kiezels en lucht

Vandaag doet Humpaman aan introspectie en koken,
kneedt eerst een knapperige pizzabodem
tot gort en plaatst die op zijn hoofd.

Gort en hoofd gaan straks gebroederlijk de oven in
die toen het gas werd afgesloten
ongemerkt op hete lucht is overgeschakeld.

Zo, dat vindt Humpaman genoeg introspectie voor een dag
en aan koken heeft hij ook een hekel.
Kiezels lust hij daarentegen niet rauw.

Het is, kortom, alweer een kwestie van hete lucht
of niet.

IV. Waarin Humpaman een snor laat groeien

Het kostte Humpaman jaren om er een te pakken te krijgen.
Menig vriendschap is erdoor kapot gegaan.
Daar baalt hij niet van.

Humpaman mag graag aan zijn puntjes draaien.
Soms buigt hij ze omhoog
en kijkt de snor blij.

Vandaag spreekt Humpaman hem
moed in totdat hij zich beter voelt.

De snor staat in zijn pot.
De pot staat naast zijn bed.
Met kerst hangt Humpaman er ballen in.

V. Licht versus Humpaman

Licht. Humpaman heeft er niks mee. Het is opdringerig en gaat
overal op zitten. Humpaman hoeft de gordijnen maar open te doen
of het komt al binnen.

Tegenlicht, licht waardoor Humpaman de vrouw
van het belspel niet kan zien, licht dat enge dingen doet
tussen vijf en kwart voor tien.

Zeiksubstantie. Pislicht. Licht dat Humpaman met zijn ogen doet knijpen.
Strijklicht om door iemands haar te spelen
die er toch niet is.

Wat een geouwehoer.

VI. Humpaman oefent een dialoog met de spiegel zonder de letter ‘e’ maar mét alliteratie

namapmuH ollaH
namapmuH ollaH

VII. Het lek boven

Ligt Humpaman net lekker
onder zijn opplaksterren stroomt
het water langs de muren.

Even houdt het stil aan zijn lippen
en aarzelt. Dan hijst Humpaman
de witspuugvlag.

(Het bestaan van Humpaman is hermetisch.
Erbuiten is niets dan lek.)

Pssst, doven de sterren
in kringen om hem heen, pssst,
alsof ze hem geheimen influisteren.

Humpaman maakt met gemak
de grootste kring, even achteloos
als een weggegooide steen dat doet.

VIII. Humpaman koopt eitje en steekt zijn tong uit

Het is waar dat zijn laatste pijpje
niet wilde breken tegen de zijkant.

Dat eitje niet groot
en barsten vertoont.

Dat eitje naar oude mensen
die in eitje eitjes bakten
ruikt ook.

Humpaman past zich aan,
trekt er morgenvroeg op uit
en wordt zijn eigen karavaan.

IX. Kiezen met Humpaman

We beginnen bij de bron van alle kwaad. Dit is een
meerkeuzekeuze. U kiest tussen haptonomie
en wezens zonder enig besef van nomos.

Voorbeelden worden niet gegeven. Humpaman doet niet
aan stemmingmakerij, noemt geen namen van vrouwen
die andere vrouwen, puur uit onwil

niet van kanker genezen. Nee, Humpaman is objectief
en wijst niet op beloften die in het donker opkrulden
als rook, hangen bleven als een sterrennevel hem omhulden

als haar lichaam, een laken, een verdwaalde haar
die zich om zijn eikel wond en waarvan hij uit piëteit
niets zei, hoewel het zeer deed, zeker, laat hij de keuze
aan u.

X. Waarin Humpaman oud nieuws bespreekt

Humpaman is best bereid om zomaar wat te sterven
aan iets als kanker, aids, de builenpest, een smeuïge
cyste in zijn teelbal.

Een kernachtige apocalyps? In zijn leunstoel
voor het grote raam, akkoord. Hij mag graag naar
buiten kijken als er iets gebeurt.

Maar vogelgriep?

Humpaman heeft van een vogel gedroomd.

De vogel had een snavel
om zwarte gaten mee te maken
in de blauwe lucht.

Er sprongen houten lammeren uit
die zeventalig zongen.

Humpaman begreep er geen flikker van!

En toch: het is zijn favoriete droom.
Hij zou er met liefde over opscheppen.

XI. Plop

Armzalige dag vandaag heeft Humpaman
zichzelf desondanks opgepakt,
ondersteboven gehouden leeggeschud
als pedaalzak boven biobak.

(Plop doet de lever
and the liver does plop)

Vervolgens volvet onder douche gestapt,
korstjes voorzichtig van zijn huid gekrabd.
Tuinbroek aangesjord, bellen omgehangen,
op de bank naar Kwebbel gaan verlangen.

Fijne avond, Humpaman!

XII. Humpaman vond

het heel zielig van Reve.
Hij kon niet naar de begrafenis.
Hij had het druk. Hij had lange
brieven aan Verdonk te schrijven.
Hij wilde dat meisje wel adopteren,
mits ze niet ontzettend stonk; nee,
van stinkende meisjes houdt hij niet.
Daar kan Humpaman dus niets voor doen.

XIII.

Humpaman neemt zich voor een wonder te beschrijven,
en wel in dit gedicht. Ga maar na: de dood? Uitputtend
behandeld, klaar en – frankly – een hele zorg minder.
Voor liefde is Humpaman genetisch ongeschikt.
Voor vlees gaat hij naar de slager.
Voor brood naar de Turk.

Zo vertelt Humpaman het aan een man
in het trappenhuis: ik ga een wonder beschrijven.
Hij herhaalt zich, niet voor de zekerheid,
maar voor de annalen.

Over het wonder in kwestie doet Humpaman
geen uitlatingen. Aandringen heeft geen zin.
Als hij het wonder ziet zal hij dat zeggen
tegen de man in het trappenhuis.
Zo hoort dat.

XIV.

Haar discreet over huid verspreid.
Toverballen in de wangen en met drie
kleurenvulpotlood in de aanslag
het leven opgezocht.

Je moet ergens beginnen, weet Humpaman,
te beginnen bij de overkant van de flat.

Links, links, links.
Geen wonder te bekennen.
Humpaman steekt over met zijn handen in de lucht.

XV. De paden op, de tuinen in

Voorwaar! De hangende tuinen van Babylon
zijn naast het spoor geland. Op de Schenkstrook
schenken bijna doden leven.

Humpaman heeft ze wel gezien, de mensen
verbouwen houten huisjes. Minimausoleums
om te oefenen en tuinbonen in op te slaan.

Humpaman is behept met een krachtige straal
en kan heel aardig mikken. Vanaf het dakje
pist hij zomaar vier kabouters omver.

Maar dan!

Kuiltje maken. Zaadje in. Gietertje erboven.
En voor je het weet heeft Humpaman
toch maar mooi een tomaat in handen.

Wonderlijk: sinds moeder stierf
hoort hij de vogels beter.

XVI. Holy ghost in the machine

Brengt de avond met Keller
Geister, kaasstokbrood en Atari
calculator door.

LOL+LOL=HIHI

Humpaman noteert: fuck de Kabbala.

Even geen zin in reacties

een kleine processie

nadien droegen we dieren op het hoofd: aapje, hond, gele
walrus met de lange tanden. we spraken af dat dit religies waren,
ieder dier een zachtaardige god, een geloof dat naar ons rook.
en als we huilden waren wij niet week, niet slap, maar huilden
de goden zelf, vertrouwend op de streling die op verdriet volgt.

soms braken er conflicten uit tussen de congregaties: goden
werden verworpen, altaren geplunderd. krokodil verloor
een van zijn babyblauwe poten, werd door moeder weggegooid.
onze zwijggelofte hield tot de dreiging van geen toetje stand.

in de zomer trokken we naar buiten, schreden blootsvoets door
enkellang gras. zo vormden we een bescheiden processie, grote
broer, kleine broer; een stap tegen twee. langs de verweerde
tafel en omgevallen stoelen met aaibare aureolen en stijve nekken,
dwalende gelovigen in het meedogenloos voortrazende licht.

Even geen zin in reacties

dit is een gedicht voor boven je bank

en niet meer dan dat. het is onvoldoende
hermetisch om de rest uit te sluiten
en verliest alle scherpte in bad.

wikkel het om je lijf bij gebrek
aan een vrouw. je zult worden bedrogen;
dit gedicht is ontrouw.

dit gedicht wordt zwaarder met de jaren
dit gedicht ontwikkelt een klagerige toon.
dit gedicht ziet dezelfde programma’s
als jij en zou daarover liegen.

het is uiteindelijk onontkoombaar
dat je jezelf ophangt bij dit gedicht.
het is voor jou geschreven;
de woorden geven donker in het licht.

Even geen zin in reacties

begin de dag met drop

aan het begin van de dag staan dropjes op tafel.
kijk maar, er staan dropjes op tafel. het is het begin
van de dag. je herkent het begin van de dag direct
aan de dropjes op tafel, de dropjes aan het begin
van de dag. zo breng je structuur aan in je leven.

licht kleeft aan de dropjes op tafel. het licht kleeft
als vliegen aan de dropjes. de dropjes staan op tafel
want het is het begin van de dag. je ziet hoe vliegen
aan dropjes willen kleven. je ademt beheerst door:
als je naar het licht slaat vliegt de dag voorbij.

het is het begin van de dag en de tafel is bedekt
met vliegen. aan het begin van de dag is de tafel
met vliegen gedekt. je bestrijdt opkomende paniek
door een handvol licht te eten, op nietige schaduwen
te kauwen. als drop naar vlieg smaakt is het goed.

Even geen zin in reacties

prinsesje in tegenlicht

kijk, mijn handen maken
prachtige schaduwen
op de muur van dit papier
is alles nog mogelijk.

een konijn of liever een prinsesje
met haar rokje kuis
tot net over haar knie gevouwen?
u zegt het maar

ik zie haar persoonlijk liefst
met levensbedreigend blond haar
tussen mijn vingers naar beneden glijden
als uit een toren.

of in dat zwarte badpak van toen
ik haar onder water langzaam
in tegenlicht tegemoet zwom;
een onverzadigd vette vis.