Posts met de tag “pislicht”

Even geen zin in reacties

Humpaman

De nieuwe avonturen van Humpaman

I. Waarom Humpaman God is en jij niet

En uit vuur, uit as en water, Humpaman.
En uit groet, uit kus en later, Humpaman.
En uit de vierkwartsmaat. En uit de vijftienvierdemaat, Humpaman.
En uit het geluid van een wegstervende trombone, Humpaman, Humpaman.

En uit de collectieve kelen van een kikkerkoor,
uit boeren die moerassen noodgedwongen laten.
En uit het dagboek van een kind dat kanker heeft,
uit de dood.

Het moet wel poëzie blijven,
ritme of geen ritme.

Humpaman, omdat het staat geschreven, Humpaman, de profetie.
Humpaman, uit de kut van Van het Reve, Humpaman, de blasfemie.

Humpa, Humpa, Humpaman!

II. Humpaman wil uit vissen maar krijgt al op regel 1 te maken met een troskomkommer

Godverdomme. Zit er een troskomkommer
in de aars van Humpaman. Goed voor een glas
teler* maar niet leuk voor Humpaman.

Humpaman wilde gaan vissen op bokking,
kinderlijkjes en klompvoeten
maar daar komt zo natuurlijk weinig van.

Gaat Humpaman eindelijk eens vissen,
roeibootje gehuurd met bijpassende peddel
zijn vrouw volledig stilgemept, krijg je dit.

Een troskomkommer in zijn aars? Kom nou,
Humpaman heeft niks met glasteelt, sukkel.

* Rijk Zwaan waarschuwt telers tegen een dreigend ‘waterstokimago’ van de Nederlandse komkommer. Een grotere variëteit en teelttechniek moeten dat voorkomen. Dat bleek afgelopen woensdag op een bijeenkomst van het Zaadhuis in Nieuwegein. De komkommerteelt raakt steeds verder achterop bij de andere grote glasgroententeelten in Nederland. Zaadhuis Rijk Zwaan in De Lier (ZH) werkt daarom aan een tros- en een snackkomkommer. (Oogst, maart 2004)

III. Hoe alles altijd is terug te voeren op kiezels en lucht

Vandaag doet Humpaman aan introspectie en koken,
kneedt eerst een knapperige pizzabodem
tot gort en plaatst die op zijn hoofd.

Gort en hoofd gaan straks gebroederlijk de oven in
die toen het gas werd afgesloten
ongemerkt op hete lucht is overgeschakeld.

Zo, dat vindt Humpaman genoeg introspectie voor een dag
en aan koken heeft hij ook een hekel.
Kiezels lust hij daarentegen niet rauw.

Het is, kortom, alweer een kwestie van hete lucht
of niet.

IV. Waarin Humpaman een snor laat groeien

Het kostte Humpaman jaren om er een te pakken te krijgen.
Menig vriendschap is erdoor kapot gegaan.
Daar baalt hij niet van.

Humpaman mag graag aan zijn puntjes draaien.
Soms buigt hij ze omhoog
en kijkt de snor blij.

Vandaag spreekt Humpaman hem
moed in totdat hij zich beter voelt.

De snor staat in zijn pot.
De pot staat naast zijn bed.
Met kerst hangt Humpaman er ballen in.

V. Licht versus Humpaman

Licht. Humpaman heeft er niks mee. Het is opdringerig en gaat
overal op zitten. Humpaman hoeft de gordijnen maar open te doen
of het komt al binnen.

Tegenlicht, licht waardoor Humpaman de vrouw
van het belspel niet kan zien, licht dat enge dingen doet
tussen vijf en kwart voor tien.

Zeiksubstantie. Pislicht. Licht dat Humpaman met zijn ogen doet knijpen.
Strijklicht om door iemands haar te spelen
die er toch niet is.

Wat een geouwehoer.

VI. Humpaman oefent een dialoog met de spiegel zonder de letter ‘e’ maar mét alliteratie

namapmuH ollaH
namapmuH ollaH

VII. Het lek boven

Ligt Humpaman net lekker
onder zijn opplaksterren stroomt
het water langs de muren.

Even houdt het stil aan zijn lippen
en aarzelt. Dan hijst Humpaman
de witspuugvlag.

(Het bestaan van Humpaman is hermetisch.
Erbuiten is niets dan lek.)

Pssst, doven de sterren
in kringen om hem heen, pssst,
alsof ze hem geheimen influisteren.

Humpaman maakt met gemak
de grootste kring, even achteloos
als een weggegooide steen dat doet.

VIII. Humpaman koopt eitje en steekt zijn tong uit

Het is waar dat zijn laatste pijpje
niet wilde breken tegen de zijkant.

Dat eitje niet groot
en barsten vertoont.

Dat eitje naar oude mensen
die in eitje eitjes bakten
ruikt ook.

Humpaman past zich aan,
trekt er morgenvroeg op uit
en wordt zijn eigen karavaan.

IX. Kiezen met Humpaman

We beginnen bij de bron van alle kwaad. Dit is een
meerkeuzekeuze. U kiest tussen haptonomie
en wezens zonder enig besef van nomos.

Voorbeelden worden niet gegeven. Humpaman doet niet
aan stemmingmakerij, noemt geen namen van vrouwen
die andere vrouwen, puur uit onwil

niet van kanker genezen. Nee, Humpaman is objectief
en wijst niet op beloften die in het donker opkrulden
als rook, hangen bleven als een sterrennevel hem omhulden

als haar lichaam, een laken, een verdwaalde haar
die zich om zijn eikel wond en waarvan hij uit piëteit
niets zei, hoewel het zeer deed, zeker, laat hij de keuze
aan u.

X. Waarin Humpaman oud nieuws bespreekt

Humpaman is best bereid om zomaar wat te sterven
aan iets als kanker, aids, de builenpest, een smeuïge
cyste in zijn teelbal.

Een kernachtige apocalyps? In zijn leunstoel
voor het grote raam, akkoord. Hij mag graag naar
buiten kijken als er iets gebeurt.

Maar vogelgriep?

Humpaman heeft van een vogel gedroomd.

De vogel had een snavel
om zwarte gaten mee te maken
in de blauwe lucht.

Er sprongen houten lammeren uit
die zeventalig zongen.

Humpaman begreep er geen flikker van!

En toch: het is zijn favoriete droom.
Hij zou er met liefde over opscheppen.

XI. Plop

Armzalige dag vandaag heeft Humpaman
zichzelf desondanks opgepakt,
ondersteboven gehouden leeggeschud
als pedaalzak boven biobak.

(Plop doet de lever
and the liver does plop)

Vervolgens volvet onder douche gestapt,
korstjes voorzichtig van zijn huid gekrabd.
Tuinbroek aangesjord, bellen omgehangen,
op de bank naar Kwebbel gaan verlangen.

Fijne avond, Humpaman!

XII. Humpaman vond

het heel zielig van Reve.
Hij kon niet naar de begrafenis.
Hij had het druk. Hij had lange
brieven aan Verdonk te schrijven.
Hij wilde dat meisje wel adopteren,
mits ze niet ontzettend stonk; nee,
van stinkende meisjes houdt hij niet.
Daar kan Humpaman dus niets voor doen.

XIII.

Humpaman neemt zich voor een wonder te beschrijven,
en wel in dit gedicht. Ga maar na: de dood? Uitputtend
behandeld, klaar en – frankly – een hele zorg minder.
Voor liefde is Humpaman genetisch ongeschikt.
Voor vlees gaat hij naar de slager.
Voor brood naar de Turk.

Zo vertelt Humpaman het aan een man
in het trappenhuis: ik ga een wonder beschrijven.
Hij herhaalt zich, niet voor de zekerheid,
maar voor de annalen.

Over het wonder in kwestie doet Humpaman
geen uitlatingen. Aandringen heeft geen zin.
Als hij het wonder ziet zal hij dat zeggen
tegen de man in het trappenhuis.
Zo hoort dat.

XIV.

Haar discreet over huid verspreid.
Toverballen in de wangen en met drie
kleurenvulpotlood in de aanslag
het leven opgezocht.

Je moet ergens beginnen, weet Humpaman,
te beginnen bij de overkant van de flat.

Links, links, links.
Geen wonder te bekennen.
Humpaman steekt over met zijn handen in de lucht.

XV. De paden op, de tuinen in

Voorwaar! De hangende tuinen van Babylon
zijn naast het spoor geland. Op de Schenkstrook
schenken bijna doden leven.

Humpaman heeft ze wel gezien, de mensen
verbouwen houten huisjes. Minimausoleums
om te oefenen en tuinbonen in op te slaan.

Humpaman is behept met een krachtige straal
en kan heel aardig mikken. Vanaf het dakje
pist hij zomaar vier kabouters omver.

Maar dan!

Kuiltje maken. Zaadje in. Gietertje erboven.
En voor je het weet heeft Humpaman
toch maar mooi een tomaat in handen.

Wonderlijk: sinds moeder stierf
hoort hij de vogels beter.

XVI. Holy ghost in the machine

Brengt de avond met Keller
Geister, kaasstokbrood en Atari
calculator door.

LOL+LOL=HIHI

Humpaman noteert: fuck de Kabbala.