Posts met de tag “witte krijgers zonder schuld”

Even geen zin in reacties

het begin, het midden en het eind

Een flarf, opgebouwd uit fragmenten van honderden (?) op internet (forums, blogs et cetera) gepubliceerde gedichten.

i. het begin

je kijkt, je hebt geen keuze,
naar een stilleven van vruchtwater.

tussen onrijpe vruchten drijven halve kinderen elk
met een bruin pakje brood voor onderweg.

over blauwe plekken die identiteit verhullen,
over een god die kan zweven, over het smeken van gras,
over dat je van drop zult houden, gaan geruchten.

de dag dat je ouders als spechten in je keel droomt
komt het leven je borst voor borst tegemoet
als de zon en de maan. ook jij zag er lachende gezichtjes in.

ruisend graan rood van klaprozen wil je zijn, lommer
op het dienblad – ontastbaar en zo aanwezig tegelijk
als een zeedier dat het zand omwoelt,
woelen.

ii. het midden

in het leven merk je dingen, zoals
de halve wereld is verdeeld in meerdere helften.
natuurlijk: je mag ontvangen, maar je moet ook
en niemand is zichzelf.

soms word ik ruggelings vacuümgetrokken
langs een glazen busportaal waar grimmig wordt gezwegen.
soms struikel ik over losliggende zinnen
als iedereen me kan bekijken.

verpakt in tere mensenmaskers lik ik lustig lijven
van collega’s op dezelfde afdeling; witte krijgers
zonder schuld. dan voel ik me minder alleen,
is mijn ziel groter dan de pijn.

nee, ik hoef niets te bewijzen, ik voel mijn kracht
stiekem aan me zitten als een geleidehond
die met een wang over mijn neus vaart.
het moment duurde lang.

iii. en het eind

hijgen over vroeger
met schuimende tong uit plastic en paardenhaar
klamp ik me vast aan de frêle kant van de bespiegeling.

ik vraag me af welke input ik nog kan vertrouwen.
dat ik van drop houd? dat de wereld met mijn voeten speelt?
dat mijn lichaam loopt op zuurstof (het zit o.a.
in de motoriek en in de talen) en medicijnen?

het antwoord is wel beloofd (kijk maar op je msn)
maar het licht dat mij bewoont heeft zich verscholen,
op zijn zij. en onterecht, als een olifant

voorover leunend in de tijd, mijn veren niet verheffend
brand ik inferno’s die hitte hebben wanneer de storm welt.

misschien is het niet wat je wilt horen,
maar ik zal je terugvinden in een luchtbel
en je zult ernstig en blij zijn.

(Verschenen in Flarf, Contrabas 2009)